Uw dagelijkse informatiebron met nieuws, advertenties en berichten uit Neerpelt of over Neerpeltenaren

 

 DE KANAALSTRAAT

 
 

Historische kroniek van een Neerpeltse straat uit de duizend

Auteur: Lvpk.

 

Afl. 11 - De jaarmarkt

 

 

 

   In ons dorp is de auto nog een raar verschijnsel en dus lopen wij nieuwsgierig de straat op om de nieuwe wagen van Michelleke te bekijken, of om Zjang Klok op teutentocht in zijn oude Ford te zien vertrekken of om voor de deur van garage Mercier in de Groenstraat het gesakker van de zonen mee te maken als ze de motor van hun gerepareerde Oldsmobiel niet aan de praat krijgen.
  Maar vandaag is er veel meer te beleven: kermis en jaarmarkt…!
  Van vroeg in de morgen komen de mertmannen per trein van Hasselt en Antwerpen en sjouwen met zware pakken en valiezen door de lange Statiestraat ons slaperige dorp binnen. Anderen bollen op een oude zwarte vierkante automobiel over de lange kiezel voorbij de pastorie de Kerkstraat in. Als de auto halt houdt blijft de startslinger parmantig tussen de voorste spaakwielen uitdagend bengelen…! 
  Sommige kramers zijn met een stootkar of ponywagen en één is zelfs met een gammele oude bus gekomen.
  De zevenuurmis is uit en in de rommelige drukte van de aankomende en uitpakkende marktkramers slenteren we nieuwsgierig rond eer we naar huis hollen voor het spek-met-zwartbrood ontbijt.
   Laat in de voormiddag mogen we naar de markt met ons oudste zus - en goed samenblijven! zegt ons moeder, en uw kermisgeld niet allemaal opmaken.
  Door de Groenstraat lopen we rechtsaf de drukte van de Kerkstraat in.
  Op de stoep voor de messemaker staat een dikke negerman onder een parasol achter een tafeltje. Met een hamerbeiteltje slaat hij een grote suikerplaat in kleine brokjes en roept “carabia boema lekka, voor den hoest en de fluimen,tegen de buikpijn en voor den properen asem” en hij laat ons een brokje proeven dat een zoete warme muntsmaak heeft en je kan er voor een frank een grote zak van kopen of een kindertuitje vol voor een kwartje.
  Verder voor de kerk staat een kraam waar je een grote tros bananen “veur ne spotprijs allez bijna voor niks” kan krijgen met nog een of twee of drie bananen er bovenop als je aarzelend blijft wachten. Maar wij hollen verder naar het plein voor het Vlaams huis.
  In een groeiende kring van marktbezoekers loopt in hemdsmouwen en met zijn strohoed op, de lange liedjesman van Zonhoven daar te zingen. Blijde en droevige verhalen uit die tijd van toen. Hij trekt zijn rechter mondhoek scheef, pompt wat noten uit zijn kleine accordeon en zingt dan echte balladen: over de wrede moord van Raamdonk in tien coupletten, over de boerenstand die niet meer vrij is en van de landverhuizer die ronddoolt “eenzaam ver van alles waarvan ik heb gehouden”. De mensen blijven luisteren en kopen de teksten en zingen het refrein mee van ”de boot die ligt klaar zoals ik U zei, recht naar die kolo-o-oniemaatschappij” en van “vergeet mij niet en denk van tijd tot tijd een ogenblik aan mij die in den vreemde lijdt”.
  Terug langs carabiaboemalekka naar het kruispunt met de Heerstraat: daar staat het rood en groen beschilderd busje van Tissen de tandenmeester. Bovenop de bus speelt een orkestje van twee kopers en een dikke trom. Tandenmeester Tissen staat op de treeplank zijn waar aan te prijzen: flesjes met mondwater en watjes met pijnverdovende pasta om in een zere holle tand te stoppen. Uit de Groenstraat komt een jongeman gestapt, een hand tegen de wang, brullend van de tandpijn en zijn kop geknoopt in een roodwitte zakdoek met watten. De tandenmeester haalt hem op de treeplank, kijkt in zijn mond en tiert dat het hoog tijd is dat die tand eruit moet. Na wat over en weer getwist sleurt de tandenmeester de lijder mee naar binnen de bus in terwijl het orkestje oorverdovend van katoen geeft met felle trommelslagen en trompetgetoeter. 
  Vijf minuten later rolt de jongeman uit de achterkant van de bus en struikelt de sloot in (jaja… toen was er nog een hult vooraan in de Heerstraat)… terwijl tandenmeester Tissen zegepralend naar voren treedt: op zijn handpalm toont hij de bloederige holle kies waar een paar vliegenmaden rond te kronkelen liggen: ”En ziet toch eens hoe rot zijne tand wel was…!”
  Lvpk