|
Historische kroniek van een Neerpeltse straat uit de
duizend
Auteur: Lvpk.
.jpg)
Afl. 3 - Fiddler on the roof
Het laatste huis in de Kanaalstraat aan de linkerkant voor de oprit naar de brug was het huis Pintelon.
Het was een mooie tweewoonst in grijze cementbrikken gebouwd door Pol Pintelon die een cementfabriek had op de dries in Overpelt tussen de lange kiezel en de geitenkiezel, de twee wegen die we nu Leopoldlaan en Sellekaertslaan
noemen. Langs de straatkant waren er mooie voortuintjes achter een grille in gevlochten
smeedijzer, aan de achterzijde de moestuinen en aan de noordkant was er een park van sierstruiken en fruitbomen en een vijver met een eilandje en een
bruggetje; aan de zuidzijde was er het karrenspoor met fietspaadje dat nu de Bermstraat
is. En rondom die nederzetting een groene meidoornhaag. Die haag werd aan de westzijde tussen de tuin en de daar achtergelegen velden nooit gesnoeid zodat het er in de meimaand heerlijk naar witte en roze meidoornbloemen
geurde. Aan de binnenzijde van die hoge haag groeiden enkele populieren waaronder een schietstand voor handboog gebouwd was, waar mijn vader met Pol Pintelon en brugwachter Dré Segers gingen oefenen om in vorm te blijven voor de schietingen bij de Oude Stam Sint Sebastiaan op ‘t dörp in’t Zwart
Peird. De commentaren die de drie schutters daarbij ten beste gaven waren buitengewoon
kleurrijk: de brugwachter in typisch Antwerps-Kempisch, mijn vader in lekker
plat-Maaslands en de cementbaas in ’t Nèrpelts of misschien in ’t Frans, wat de huistaal was bij de familie Pintelon
- want madame was afkomstig uit het zuidelijke landsgedeelte en zij had nog veel moeite met onze taal.
Voorbij het huis was het begin van de oprit, de ramp naar brug zeven. Het liep daar wat bergop, want het kanaal lag hoger dan de straat
zelf. Aan de voet van de ramp stroomde de afwateringssloot door een kleine duiker dwars onder de straat
door: daar stonden we op de arduinen boordsteen naar de waterspinnen en de schrijvertjes te kijken en daar vielen we in
’t water op zoek naar stekelbaarsjes en dikkopjes.
Op zomeravonden buiten de kermisdagen werd de Kanaalstraat een oase van rust en
stilte. We zaten dan samen op de buitenkoer achter het huis op de bank onder de
”eulenteul” (vliestruik) te luisteren: in de berm van het kanaal zong de nachtegaal zijn avondlied, soms onderbroken door
een schreeuw van de pauw bij de naaste buur, tot plots de stilte verdween in spetterende
trompetklanken: hoog boven op het dak aan de overkant van de straat blies
“het Umeske” met veel gevoel en fantasie op de tonen van ”Carnaval de Venise”
de zomernacht in gang.
naar aflevering 4
|