|
Historische kroniek van een Neerpeltse straat uit de
duizend
Auteur: Lvpk.
Afl. 4 - De kameraden
.jpg)
Wie in de Kanaalstraat woont, weet dat hij in een
overstromingsgebied leeft maar daar ligt niemand nog wakker van.
Vroeger, toen de dijken nog niet zo breed en sterk waren, gebeurde het wel dat er
breuken ontstonden, zodat een hele buurt overstroomde. Want het kanaal ligt meters hoger dan het maaiveld en bij de aanleg van het Maas-Scheldekanaal onder leiding van ingenieur Kümmer in 1843-44 werd daar ernstig rekening mee
gehouden. De woningen van de brugwachters en van de sluiswachters werden boven op de dijk gebouwd en de huizen voor de conducteurs van de dienst der scheepvaart waren zo ingericht dat de werkruimte en de keldervertrekken gelijkvloers lagen en de leefruimten voor de bewoners op de
verdieping. Zo een huis staat er nog achteraan rechts in de straat en in onze jeugdjaren was dat een huis vol geheimzinnigheid waar we niet te dichtbij durfden
komen. Daar tegenover op de stoep voor de woning van Nicolas Martin lag een reuzengroot vierkant arduinblok waar de schoolgaande jongens op klauterden en met twee, drie tegelijk mannekenpis deden, om het
verste !
De weg naar de school was steeds vol avontuur met kameraden, gezworen
kameraden: Koob, Toine, Bèrke, de Dunne en de Dikke, Fik, Roger, Lowie,
Jefke…! De straat… geen autos, geen brommers… alleen soms kar en paard of een eenzame
fietser. De straat was van ons!
Die van achter de knoal hadden een lange tocht te gaan met veel
hindernissen, op de klompen door regen en sneeuw en dikwijls oponthoud aan de geopende kanaalbrug, zodat ze met verkleumde wintervoeten te laat in de klas aankwamen
met: ”mister, we hemme op de scheep moete wochten”.
Maar in de zomer was dat anders: dan waren er korenaren te pikken onderweg en rapen, en fruit in de
bogerd van Van Duinhoven en de jongens konden ravotten en buitelen met de
mechdjes als ze samen voor de brug stonden te wachten. Zo van:”Mie, schiet nog ès köpke….allè
vur e knepke…of tien cent...?”.
De weg naar het eerste studiejaar was lang: eerst de ganse Kanaalstraat door tot aan den
Tup, daar linksaf langs de kerkhofweg en dan rennen over het paadje naar de Heerstraat waar juffrouw Clémentine haar klasje had, beneden langs de straat in
”Het
Patronaat” (later Zaal Tijl geworden en nu winkel).
Op de terugweg bleven we hier en daar in onze straat staan treuzelen: voor de deur van Jef de pachter om een spotrijmpje te
zingen, aan de bakkerij van Pier Spooren waar we naar de vers gebakken broden bleven
gapen, en vooral bij de smid als hij een paard ging beslaan. Daarna was het spurten tot thuis voor de boterham van vier uur.
Maar die van achter de knoal moesten dan nog de brug over en verder naar de
Hayenhoek, de Zonhoek en het Broeseind.
naar aflevering 5
|