|
Historische kroniek van een Neerpeltse straat uit de
duizend
Auteur: Lvpk.
Afl. 8 - De heiligen
.jpg)
Wie in de jaren twintig van vorige eeuw in de Kanaalstraat leefde, had
vast een patroonheilige. De pasgeborene kreeg bijna altijd de voornaam van
zijn peter of van haar pèèt maar zeker nooit die van een filmster of
cowboy of sportster uit overzees gebied. En kosmonauten waren er nog niet.
Je heette Mie, Fien, Bet, Nelleke of Trien, Drika, Suska, Ida of Stanske als
je een meisje was en Pier, Jef, Koob, Jaak of Fik, Fons, Sus, Nöl of Pol,
Bas, Dré, Toon, Gust en dikwijls Bèr als je jongen was. Wie kort na of onder
de oorlog van '14-'18 werd geboren, had veel kans om Albert of Elisabeth of
Leopold gedoopt te worden, maar je tweede naam was dan zeker die van je
dooppeter.
Meestal werd de verjaardag niet gevierd maar de naamdag. En als die ook niet
met feestgebak gevierd werd, dan was de dag dat uw patroonheilige op de
kalender stond toch heel bijzonder door de zalig naamfeestwensen die je kreeg.
Niet alle heiligen hadden een feestdag van dezelfde waarde. De heiligenschare
was een soort meerklassenmaatschappij en hun graad en faam of hun patronaat
van parochie of gilde waren bepalend voor de luister van hun viering. Er waren
simpele kleine kalenderheiligen en er waren voorname grote kerkheiligen. Van
die laatsten werd de feestdag gevierd met de mis van de dag. En dat feest kon
enkel of halfdubbel of dubbel zijn en soms nog met octaaf.
In de scholen was er op de feestdagen van grote heiligen vrijaf en vele van
onze seizoenvaste activiteiten waren aan een heiligenfeestdag gebonden. De
hagen werden geschoren met Sint Petrus en Sint Paulus (29 juni) en op Sint
Andries (30 november) ging de boer de pacht betalen.
Vooral de gilden vierden feest op de naamdag van hun patroonheilige. En hoe!
Van kerk naar kroeg en feestdis. Het teerfeest (téres) duurde van ‘s
morgens vroeg tot laat in de nacht.
Voor ons naamfeest bakte moeder een taart in de oven van de grote zwarte
cuisinière. We zaten samen met onze zusjes wriemelend braaf op de bank achter
de keukentafel toe te kijken hoe dat wonderlijk gebak uit de oven goudgeel te
voorschijn kwam. Dan begon de crème au beurre-sessie: eiwit kloppen,
bloemsuiker en zachte boter en roeren, roeren. Gebak middendoor snijden,
tussenlaag erop smeren en samenvoegen. Ringrond en bovenop volstrijken en nu
kwam het moment waarop we zaten te wachten. Uit de kast haalde moeder het
kleine trechtertje met de getande onderrand te voorschijn. Ze perste de crème
au beurre in sierlijk gedraaide strontjes bovenop de taart. Afgewerkt met
chocoladen muizenkeuteltjes. Vingers en gerief aflikken en vechten voor de crèmekom.
Zalig naamfeest!
Lvpk.
(wordt vervolgd)
|