De rechter in kort geding in Hasselt heeft vandaag de eis van de Nederlander Adrianus Van W. (48) uit Lommel afgewezen. De man had de rechter gevraagd de Belgische staat een dwangsom van 5.000 euro op te leggen per overbrenging vanuit de gevangenis, die gepaard gaat met opgedreven veiligheidsmaatregelen. Hij moest telkens een verdonkerde skibril en een kogelwerend vest dragen. Volgens Janus zou dat de vooringenomenheid beïnvloeden van de rechter die over zijn verdere aanhouding moet beslissen, hetzij in de raadkamer, hetzij in de kamer van inbeschuldigingstelling (KI).
Van W. zit sinds 5 juni 2009 in voorhechtenis, nadat hij was opgepakt op camping Parelstrand tijdens een groots opgezette politieactie na een lange undercoveroperatie. Hij wordt ervan verdacht het kopstuk te zijn van een grote internationale organisatie,
die zich bezig hield met de handel in cannabis, speed en coke. Door de overdreven veiligheidsmaatregelen weigerde hij nog voor de raadkamer of KI te verschijnen. Zijn raadsman mocht hem ook niet vertegenwoordigen, zodat zijn aanhouding altijd verlengd werd.
Van W. was zelf verbaasd, toen hij in januari door twee agenten van de federale politie werd opgehaald voor een verhoor bij de onderzoeksrechter. Toen was er geen sprake van extra veiligheidsmaatregelen. Hij stapte het gerechtsgebouw via de gewone ingang binnen. Volgens hem zijn door de extra bescherming de rechten van de
verdediging geschonden, maar de rechter oordeelde dat hij dat niet moet inroepen, omdat hij zelf een normale rechtsgang onmogelijk maakt. Omdat zijn eis is afgewezen, moet hij nu 1.200 euro rechtsplegingsvergoeding aan de Belgische staat betalen.