De meimaand staat traditioneel bekend als Mariamaand. Net zoals de natuur in mei volop tot bloei komt, symboliseert Maria in het christendom het nieuwe leven doordat zij Jezus ter wereld bracht. Voor Jef Vanbussel vormde dat de inspiratie voor een nieuwe reeks bijdragen, die vandaag te lezen zijn op Internetgazet Bocholt, Hechtel-Eksel, Hamont-Achel, Leopoldsburg en Bree:
Vijf zwart-witprenten van taferelen uit het bijzondere retabel (± 1520) van de Sint-Laurentiuskerk in Bocholt. Elk van hen geeft een fase weer uit het leven van de Moeder Gods.
Op de foto hierboven: Onze-Lieve-Vrouw-Heengaan, Maria op haar sterfbed. De vier overige tonen de aanbidding van de herders, de Drie Wijzen bij het Kind Jezus, Zijn besnijdenis en Zijn opdracht in de tempel.
De foto’s (± 1917-1918) zijn van Duitse makelij. Over hoe en waarom de Duitsers voor die opnames de weg naar Bocholt en andere plekken in de buurt wisten te vinden, weet Robrecht Janssen, Breeënaar met roots in Beek, wel wat te vertellen.
Bij het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium is hij verantwoordelijk voor communicatie en development.
Robrecht Janssen: “In september en oktober 1914 waren de Duitsers in nogal wat Belgische steden redelijk barbaars tekeergegaan. Dat leverde hen geen al te beste reputatie op. Om die wat op te poetsen, namen ze allerlei PR-initiatieven. Een daarvan was de ‘Kunstschutz’. Die moest in bezet België de kunst en de architectuur beschermen. De Kunstschutz oriënteerde zich op het artistieke erfgoed. In het voorjaar van 1917 werd een afdeling opgericht die het Belgische kunstbezit fotografisch moest inventariseren. Voor het werk werden beslagen fotografen geëngageerd. De actie werd vanuit Brussel gecoördineerd. Elke provincie had een eigen ‘Abteilungsleiter’. Die moest de inventarisering overzien. Voor Limburg was dat Julius Baum, een jonge kunsthistoricus. In eigen land had die zich gespecialiseerd in de laatmiddeleeuwse beeldhouwkunst en in de kerken van Bocholt, Opitter, Neeroeteren, Aldeneik en Tongerlo was volop te vinden waarvoor Baum interesse had.”
En over het feit dat de Duitsers toen niet de bocht naar Beek namen om daar in de kerk foto’s te maken, zegt Robrecht Janssen: “De kruisigingsgroep uit de Sint-Martinuskerk had ook in de fotografische inventaris gepast. Hij is van zeer hoge kwaliteit. Maar tijdens de oorlog was de gebeeldhouwde groep voor restauratie naar Maaseik gebracht. Allicht ontsnapte hij daardoor aan de aandacht van Baum.”
Uiteindelijk leverde de PR-actie van de Duitsers een naoorlogs bestand van meer dan 10.000 negatieven op glasplaten op, foto’s die in alle hoeken van België werden gemaakt. De verzameling kreeg de naam ‘de Duitse negatieven’. De Belgische Staat kocht ze midden jaren 1920 aan. Sindsdien worden ze in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium bewaard.
Robrecht Janssen: “Voor de studie van ons erfgoed zijn die negatieven op glasplaat van onschatbare waarde.”
Jef Vanbussel
Foto’s met Mariataferelen uit het Bocholter retabel. Boven de tekst: Maria op haar sterfbed. Onder de tekst, in volgorde: aanbidding der herders, aanbidding door de Drie Wijzen, Jezus’ besnijdenis en de opdracht van Jezus in de tempel. Laatste foto: Bocholter retabel met open luiken.
Zwart-witfoto’s: (C) KIK-IRPA, Brussel. Kleurenfoto: Wikipedia.