Vandaag en de volgende zeven dagen wordt in Houthem bij Valkenburg al voor de 861ste keer de Heilige Gerlachus vereerd. Sinds 1728 gebeurt dat met officiële pauselijke goedkeuring: vanaf dat jaar mochten de norbertijnen in hun kerk in Houthem Gerlachus als heilige (laten) vereren.
Van Houthem bij Valkenburg ‘verhuisde’ Gerlachus rond 1890 naar zijn Kauliller versie. Initiatiefnemer was E.H. Petrus Houben. Die was toen pastoor in Kaulille. Hij was afkomstig uit Eys, in het Nederlands-Limburgse heuvelland. Eys ligt nog geen 15 km gaans van Houthem, waar Gerlachus werd vereerd. Met de Gerlachusverering bewoog pastoor Houben zich dus allicht op vertrouwd terrein.
In Kaulille werd Gerlachus niet op zijn naamdag, 5 januari, aanbeden. Pastoor Houben besefte wellicht dat die vijfde hem in Kaulille weinig zou opleveren. Hij ‘prikte’ de eerste dag van de achtdaagse verering van Gerlachus in Kaulille op Pinkstermaandag, een feestdag met voldoende kerkelijk karakter om genoeg gelovigen tot in zijn gebedshuis te krijgen. Geen koude januaridagen om de heilige te vereren, maar acht opeenvolgende lentedagen, met kans op aangenamere temperaturen.
De relikwie, een stukje bot van Gerlachus in een houder, werd na de mis ter verering aangeboden. De ‘bedevaarders’ schoven aan, kusten de reliekhouder en deponeerden een gift in de offerschaal. Reliekhouder en relikwie waren in de Achelse Kluis samengesteld, verzegeld en door de abt voor echt verklaard. Vanaf 29 juli 1891 mocht de relikwie, met toestemming van bisschop Rutten, in de kerk tentoongesteld en vereerd worden.
De verering van Gerlachus is in Kaulille ondertussen geschiedenis. Niet in Houthem, de thuisbasis van de heilige. Daar vindt ook dit jaar opnieuw de octaaf, de achtdaagse verering, van Sint-Gerlach plaats. Sinds 2015 kan in Houthem zelfs een gezichtsreconstructie van de heilige bewonderd worden. Met de modernste technieken werd die gerealiseerd en naar aanleiding van ‘850 jaar Sint-Gerlach’ onthuld.
Een deel van de kosten van dat project werd door de Rolling Stones bekostigd. Toen de Stones in Houthem in Château Sint-Gerlach logeerden, kregen ze van hotelier Camille Oostwegel een rondleiding door de kerk en het museum. Toen Oostwegel de geplande gezichtsreconstructie van de heilige toelichtte, bleken de rocksterren dermate geboeid dat ze een sponsoring toezegden. ‘The Stones meet Saint Gerlachus’, dus. Of: hoe een stel (toch ook al bedaagde) rocksterren gecharmeerd raakte door de religie rond een eeuwenoude heilige.
Jef Vanbussel
Foto boven: het beeld van Gerlachus in de gerestaureerde kerk van Kaulille.
Eerste foto beneden: een koe aan de voeten van Sint-Gerlachus, symbool voor alle boerderijdieren, waar Gerlachus volgens de overlevering zorg voor droeg.
Tweede foto beneden: de Kauliller reliekhouder van Gerlachus, met centraal in de ster een stukje bot.
Derde foto beneden: interieur van de Gerlachuskerk.
Vierde foto: gezichtsreconstructie op basis van de (donkere, linkse) schedel van Gerlachus.
Bron foto’s: eigen archief; De Klaveren Heer, maart 1999; NRC Handelsblad en Radio L1 Nieuws; De Vrienden van Sint-Gerlach.
Tekstbronnen: Fons Evens over Sint-Gerlach in De Klaveren Heer, maart 1999; websites ‘Parochie Sint-Gerlach te Houthem’ en ‘De Vrienden van Sint-Gerlach’.