Steeds meer Vlaamse steden en gemeenten voeren een belasting op tweede verblijven in. Ook Stad Bree zette die stap met een reglement dat op
18 december 2025 werd goedgekeurd. Met deze maatregel wil de stad het
residentieel wonen versterken en het
beschikbare woonaanbod optimaal benutten.
Volgens het stadsbestuur draagt de belasting bij aan een eerlijke verdeling van de kosten. Eigenaars en gebruikers van tweede verblijven maken immers gebruik van lokale dienstverlening en infrastructuur, maar betalen geen aanvullende gemeentebelastingen zoals inwoners dat wel doen. De belasting op tweede verblijven moet dat verschil compenseren en staat volgens het reglement in verhouding tot de bijdragen van vaste inwoners.
Daarnaast wil Bree met het reglement een betere afstemming realiseren tussen de leegstandsbelasting en de belasting op tweede verblijven, zodat woningen efficiënter worden ingezet.
Een woning wordt als tweede verblijf beschouwd wanneer ze niet dient als hoofdverblijf van eigenaar of huurder (er is geen inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister), maar wel volledig bewoonbaar is. Dat betekent onder meer dat er water- en elektriciteitsaansluiting is, sanitaire voorzieningen aanwezig zijn en de woning beschikt over leef-, kook- en slaapruimte. Bovendien moet de woongelegenheid effectief gebruikt en onderhouden worden. Tijdelijke constructies zoals tenten of caravans vallen buiten het reglement.
Het jaarlijkse tarief bedraagt 600 euro per tweede verblijf.
Wie een pand wil registreren of schrappen als tweede verblijf, kan daarvoor een aanvraag indienen via het voorziene formulier. Voor bijkomende informatie kan men terecht bij het woonloket van de stad.