Geachte heer Jambon
Mijnheer de minister Beste Janus
“Wat schrijft gij daar nu? Janus?”, zei mijn vrouw toen ze over mijn schouder naar het beeldscherm van mijn laptop keek.
“Jawel”, zei ik. “Janus. Maar dat staat er niet zonder reden. Dat ga ik nu uitleggen aan de minister van pensioenen.”
“Janus? Dat is toch die Romeinse god waar januari naar genoemd is?”
“Ja ja”, antwoordde ik ietwat ongeduldig. “Wacht, ik kom daar toe. Laat me eerst uitleggen waarom ik een brief aan de minister schrijf. Anders leest hij niet verder.”
Afijn, nu tot u mijnheer de minister. Maar u zal wel kunnen raden waar dit schrijven vandaan komt. Uw beslissing over het afschaffen van de landingsbanen heeft heel wat deining veroorzaakt. En nu hoor ik u vloeken tot hier. Natuurlijk hebt u die landingsbanen niet afgeschaft. Maar als die niet meer meetelt voor ons pensioen, hebt u die de facto wel afgeschaft. U hebt die ten grave gedragen op de landingsbaan van het vliegveld. Klaar om overreden te worden.
Ik hoor mijn buurman Gust nog altijd vloeken. Ik was buiten de stoep aan het borstelen. Hij zat zoals gewoonlijk over zijn krant gebogen. Ik zag hem zitten aan zijn keukentafel. Vloeken dat hij deed. Nooit meegemaakt. “Stukske hesp van mijn voeten dat ge daar staat.” Ik vrees dat het aan u was gericht. Gust is wellicht een van uw slachtoffers.
U kreeg – en dat is nieuw in een pensioendossier – zelfs kritiek van de werkgevers. “Zo blijven oudere werknemers het volhouden tot aan hun alsmaar langer uitgesteld pensioen”, stelden ze. Ze hebben overschot van gelijk. Het landingsgestel is bij heel wat oudere werknemers stuk of aan vervanging toe. Daarom dat die landingsbaan een zegen is.
Ik geef u ook mee wat Gust aan de kaarterstafel in café De Kiezel zei. Hij had geen zin in een rondje wiezen. De kaarten lagen wezenloos naast zijn amper aangeraakt glas bier. “Hun eigen landingsbaan zal wel niet afgeschaft worden. Straks krijgt ook hij een uittredingsvergoeding van een paar honderdduizend euro, zoals al die politiekers. “ Hij zag zo rood als het tafelkleedje dat er al eeuwenlang op de cafétafel ligt.
Maar dan die Janus. U hebt uw naam niet gestolen. Aan die Romeinse god hebben we behoorlijk wat te danken. Zoals de uitdrukking ‘iemand met twee gezichten’. Janus, de god van het begin en het einde, werd immers afgebeeld met twee gezichten. De zon en de maan. Nu kennen we die uitdrukking voor iemand die onbetrouwbaar, onoprecht of hypocriet gedrag vertoont. Tja.
Janus gaf inderdaad zijn naam aan de maand januari. Maar in tegenstelling tot hem bent u niet de minister van het begin en het einde. Maar wel de minister van het begin van het einde. Let op de nuance.
De nieuwsbulletins geven ons ondertussen enige hoop. Naast de werkgeversorganisatie hebben niet alleen de oppositie, maar ook anderen in de meerderheid hun stem laten horen. Zelfs de Raad van State gaf tegenwind.
Ik wil maar zeggen. U moet zich vooral geen god wanen. En er zijn nog van die dinges.
Ondertussen verblijf ik
Met de meeste hoogachting
Désiré Dinges