54,1% van de huishoudens heeft alleen een eigen auto met verbrandingsmotor (één of meerdere). 9% van de huishoudens had minstens één eigen auto met verbrandingsmotor, maar ook minstens één alternatief (geen verbrandingsmotor of een bedrijfsauto). Tot slot had 36,8% geen eigen auto met verbrandingsmotor: 27,5% had helemaal geen auto en 9,3% had alleen een eigen auto zonder verbrandingsmotor en/of een bedrijfsauto.
Huishoudens in de middeninkomenscategorieën hebben het hoogste percentage huishoudens dat uitsluitend een auto met verbrandingsmotor bezit (65 tot 68%).
Bij de laagste inkomensgroepen komt het niet bezitten van een auto het meest voor.
Bij de meest welgestelde huishoudens zijn leaseauto's daarentegen het meest voorkomend.
Per huishoudtype hebben stellen zonder kinderen het hoogste percentage autobezitters met een verbrandingsmotor (67,6%), terwijl bijna de helft van de alleenstaanden geen auto bezit.