Negen procent van de bevolking geeft aan moeilijk rond te komen met het beschikbare inkomen. In 2025 leefde 9,4% van de bevolking in het Vlaamse Gewest in subjectieve armoede, wat overeenkomt met ongeveer 640.000 personen. Het gaat om personen die deel uitmaken van een huishouden dat zelf aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen met het beschikbare inkomen.
De subjectieve armoede is het hoogst bij werklozen, huurders en eenoudergezinnen. Naar huishoudtype lag het aandeel personen in subjectieve armoede bij eenoudergezinnen (18%) hoger dan bij koppels zonder kinderen. Naar arbeidsstatus werd het hoogste aandeel vastgesteld bij werklozen (27%) en niet-actieven (exclusief gepensioneerden) (17%). Huurders maken vaker dan eigenaars deel uit van een huishouden dat aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen (23% tegenover 6%).
Het aandeel in subjectieve armoede neemt af naarmate het opleidingsniveau stijgt: bij laaggeschoolden bedroeg dit in 2025 15%, tegenover 5% bij hooggeschoolden.