De gemeentebesturen van
Lommel, Pelt en Hamont-Achel dringen samen aan op een snelle
doortrekking van de personentrein Antwerpen-Hamont tot het Nederlandse Weert. In de drie gemeenten werd onlangs een motie goedgekeurd om het belang van deze grensoverschrijdende spoorverbinding te onderstrepen.
De moties volgen op een overleg eind juni met federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke, de Limburgse gouverneur, parlementsleden en andere betrokkenen.
Het spoor tussen Hamont en Weert bestaat al en wordt nog sporadisch gebruikt voor goederenvervoer. Op Nederlands grondgebied werd het baanvak in 2008 vernieuwd. Volgens de gemeentebesturen kan de verbinding met een beperkte investering geschikt worden gemaakt voor personenvervoer.
"De trein Antwerpen-Hamont staat elk uur 40 minuten stil in Hamont. Die tijd kan beter worden benut door Weert te bedienen”, zegt Tom Cox, burgemeester van Hamont-Achel.
Betere bereikbaarheid
De drie gemeenten zien heel wat voordelen in de verbinding. Zo wordt het voor inwoners eenvoudiger om de grens over te steken en ontstaat er via Weert een aansluiting op het Nederlandse spoorwegnet, met verbindingen richting Eindhoven en Duitsland.
“Goede verbindingen stoppen niet aan de grens”, benadrukt de Peltse burgemeester Dennis Fransen. “Een treinverbinding tussen Hamont en Weert maakt het voor inwoners van Noord-Limburg en Nederlands-Limburg eenvoudiger om zich over de grens te verplaatsen.”
Ook de Lommelse burgemeester Bob Nijs ziet kansen: “De verbinding kan een belangrijke schakel worden in de verdere ontsluiting van Noord-Limburg. Ze brengt onze regio dichter bij het bedrijvige Eindhoven en biedt aansluiting op het internationale spoornet.”
Oproep aan minister
Lommel, Pelt en Hamont-Achel vragen minister Crucke om tijdens zijn geplande overleg met de Nederlandse staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, dit najaar, aan te dringen op een snelle realisatie. Daarbij moeten ook de nodige investeringsmiddelen worden voorzien.
Met hun gezamenlijke motie willen de drie gemeenten het dossier opnieuw hoger op de Belgische en Nederlandse politieke agenda plaatsen.
(Foto Stijn Philippe-Mercier)