Ze eren hem nog altijd, vandaag met een muts en een sjaal, zo wist
Josh Vandijck ons te vertellen. En dan had hij het over
Armand Preud'homme, geboren in Peer op 21 februari 1905. Als componist en organist schopte hij het tot ereburger, en dat niet alleen van Peer, maar ook van Geel, Kampenhout, Kasterlee en Zichem.
Na de oorlog kreeg hij het echter zwaar te verduren. Hij werd beschuldigd van fascistische sympathieën, en dat omwille van de twee eerste regels uit zijn muziekstuk Kempenland: “Kempenland, aan de Dietsche kroon, wonderfrisse parel.” Daarvoor kreeg hij zelfs een gevangenisstraf van één jaar opgelegd, al werd hij in 1949 in beroep vrijgesproken.
Om intussen de kost te verdienen, deed hij van alles: hij kweekte kippen, verkocht wasmachines en hielp zijn broer bij uitvindingen. In 1968 ontving hij uit handen van Koning Boudewijn de Gouden Medaille van de Kroonorde.