Op het
Hageven heeft
Gonny Theuwkens weer haar scherpe oog laten spreken. Waar de meeste wandelaars vooral de opvallende, gele katjes van de hazelaar zien hangen, zoomt zij in op het detail dat je zó voorbijloopt:
de vrouwelijke bloemetjes.
Die zijn piepklein, maar opvallend mooi. Als je goed kijkt, zie je uit de knoppen
fijne, karmijnrode draadjes steken — het zijn de stempels van de vrouwelijke bloemen van de hazelaar (Corylus avellana). Ze verschijnen al heel vroeg in het jaar, meestal tussen januari en maart, nog voor er sprake is van echt lentegevoel.
Op dezelfde tak hangen dus twee totaal verschillende “bloemen”:
de lange, gele katjes, dat zijn de mannelijke bloemen, boordevol stuifmeel. De mini-rode pluimpjes zijn dus de vrouwelijke bloemen.
De bestuiving gebeurt gewoon via de wind. Geen insecten, geen show, geen geur — puur natuur op z’n efficiëntst. Na succesvolle bestuiving groeien deze bescheiden knopjes uit tot… hazelnoten.
Wat nu nauwelijks zichtbaar is, ligt dus later in het jaar misschien in je hand als herfstsnack.
Het is typisch voor de hazelaar: hij bloeit wanneer de rest van de natuur nog in wintermodus zit. Een stille voorbode van het nieuwe groeiseizoen, verscholen in het struikgewas van Pelt.
Mooi gezien, Gonny — dit is exact het soort detail dat het “gewone” landschap bijzonder maakt.