Hij vertrekt binnenkort naar Las Vegas. Niet om fiches op rood of zwart te zetten, maar om zich te meten met de acht beste ‘grondverzetmachinisten’ ter wereld. En ja, er hangt ook een stevige geldprijs aan vast. We hebben het over Gunter Dewit, de ‘zoon’ uit Jean-Pierre Dewit & Zoon Grondwerken. Vorig jaar schreef hij zich samen met bijna zestig andere Belgen in voor een nationale voorronde van de machinistenwedstrijd van Caterpillar. Gunter kwam als beste uit de bus en mocht in oktober naar Málaga, waar hij het opnam tegen 22 kandidaten uit Europa, Afrika en het Midden-Oosten. Resultaat? Winst.
En dus volgt nu het absolute hoogtepunt: de wereldfinale in Las Vegas, waar negen kandidaten – één per regio – strijden om de titel van beste machinist ter wereld.
Amerika is voor Gunter geen onbekend terrein. “Ik ben ooit al eens in de Verenigde Staten geweest, in Michigan. Toen in de fabrieken van John Deere. Maar nu is het écht om te spelen,” lacht hij.
De weg naar Las Vegas begon met een Belgische voorronde in mei. “We waren met bijna zestig deelnemers. Ik was daar eerste. Per land mocht er maar één door.”
In Málaga volgden vier technische proeven, gespreid over twee dagen. Precisie en snelheid waren doorslaggevend. Strafpunten voor fouten, tijd omgezet in punten: elk detail telde.
“Ik was daar eigenlijk met het idee: als ik rond de tiende plaats eindig, dan ben ik al content. Maar het werd de eerste plaats.”
Dagelijks werk: rioolbuizen in plaats van parcours
Wie denkt dat Gunter dagelijks zulke wedstrijdproeven uitvoert, vergist zich. In het dagelijkse leven legt hij vooral rioleringen aan: putten graven, buizen plaatsen, wegeniswerken. “Je werkt elke dag met machines, dus dat is op zich oefenen. Maar die wedstrijdproeven bootsen iets na dat je in het echte werk nooit letterlijk doet. Het draait om precisie combineren met snelheid.”
Ervaring speelt een rol, maar is niet alles. In Málaga eindigde een 18-jarige als vierde. “Dat was echt een hele goeie. Het is niet alleen jaren ervaring, het is ook feeling. Fingerspitzengefühl.”
Opgegroeid in de cabine
Dat gevoel kreeg Gunter met de paplepel mee. Als zevenjarige zat hij al in de kraan bij zijn nonkel Jan. Op zijn dertiende kreeg hij zijn eerste minigraver. Terwijl andere kinderen met speelgoed reden, kreeg hij een echte machine.
Het familiebedrijf startte officieel in 1993 en groeide doorheen de jaren mee met de sector. Grotere machines, meer technologie, gps-systemen, computergestuurde aansturing. “Vroeger moest je de machine kennen. Nu is de machine slimmer, maar je moet nog altijd weten wat je doet.”
Een nieuwe kraan kost vandaag al snel “een huis”, maar investeren is noodzakelijk om bij te blijven.
Alles op één dag
In Las Vegas worden drie volledig nieuwe proeven afgelegd. Wat die precies inhouden? Dat weet Gunter nog niet. “We weten zelfs niet exact met welke machines we gaan rijden. In Málaga hebben we wel met zeven types geoefend, dus hopelijk zitten die erbij.”
De wedstrijd zelf vindt plaats op één dag. ’s Avonds volgt meteen de prijsuitreiking. De winnaar ontvangt 10.000 dollar of kan kiezen voor een exclusieve reis naar een Caterpillar-faciliteit, bijvoorbeeld in Canada of Japan.
“Als je bezig bent, wil je winnen. Maar ik ben nu al bij de negen besten van de wereld. Dat alleen al is iets waar ik trots op ben.”
Stress? Ja, toch wel
Kleine wedstrijden op opendeurdagen? Die deed hij al vaker. Maar dit is wereldniveau. “Nu begint de stress wel te komen,” geeft hij toe. “Maar ik doe sowieso binnen drie jaar opnieuw mee, wat de uitslag ook is.”
Op 28 februari vertrekt hij, samen met zijn familie. De wedstrijd vindt plaats op 3 maart. Op 6 maart landt hij opnieuw in Brussel.
Of hij met de wereldtitel terugkomt? Dat weten we binnenkort.
Maar één ding staat vast: in Pelt weten ze nu al dat ze een wereldtopper in de cabine hebben zitten.
Marc Faes