De gemeenteraad van Pelt eindigt traditioneel met de
mondelinge vragen van de raadsleden. Die komen meestal vanuit de oppositie, al stellen ook meerderheidspartijen af en toe een vraag. Tijdens de voorbije gemeenteraadszittingen ontstond echter discussie over wat bij mondelinge vragen wel en niet kan. Daarom namen we het
huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, dat dateert van februari 2025, erbij.
Artikel 13 bepaalt de spelregels. Mondelinge vragen moeten uiterlijk de werkdag vóór de gemeenteraad worden ingediend. Tijdens de zitting wordt het antwoord in principe onmiddellijk gegeven, maar het college is daar niet toe verplicht. De burgemeester of bevoegde schepen kan er ook voor kiezen om later schriftelijk te antwoorden. Dat antwoord moet uiterlijk op de dag van de volgende gemeenteraad worden bezorgd en alle raadsleden ontvangen daarvan een kopie. Door de zomerpauze kan dat in de praktijk ook bijna twee maanden duren, want in juli is er geen zitting.
Het reglement wordt strikt geïnterpreteerd. Dat betekent dat enkel wordt geantwoord op de vraag zoals die vooraf werd ingediend. Bijkomende vragen of nieuwe elementen die tijdens de mondelinge toelichting worden toegevoegd, hoeven niet beantwoord te worden. In het verleden gebeurde dat vaak soepeler, zolang de discussie binnen de perken bleef.
Tijdens de gemeenteraad van 18 juni leidde dat tot enkele concrete voorbeelden. Raadslid Wendy Tielemans (Vlaams Belang) stelde een vraag over de bereikbaarheid van de politie, maar die omvatte tien deelvragen. Omdat voor een aantal daarvan eerst overleg met de politiezone nodig was, koos burgemeester Dennis Fransen voor een schriftelijk antwoord.
Ook de vraag van raadslid Waldo Theuwissen (Vlaams Belang), die uit vijf deelvragen bestond, werd niet meteen beantwoord. Volgens de burgemeester was ook daar eerst afstemming met de politiezone nodig om correcte informatie te kunnen geven.
Anders verliep het bij de vraag van Branko Wilms (Vlaams Belang) over de ondersteuning van lokale handelaars. Die bestond uit drie algemene deelvragen, waarop schepen Niels Valkenborgh onmiddellijk kon antwoorden. Daarover brengen we volgende week uitgebreid verslag uit.
Een laatste vraag van Wilms ging over de mogelijkheid om personen die zich schuldig maken aan criminele feiten een plaatsverbod op te leggen. Na een uitgebreide inleiding luidde de eigenlijke vraag of de burgemeester daartoe bereid was. Het antwoord was kort en duidelijk: "Daar ben ik toe bereid." Ook daarover volgende week meer.