Tijdens de gemeenteraad van Pelt stelde raadslid
Dominiek Heylen (Vlaams Belang) een vraag over de leenvergoeding die bibliotheken betalen aan auteurs en uitgevers. Sinds 1 januari 2026 int de Vlaamse overheid deze vergoeding niet langer centraal via Reprobel, waardoor lokale besturen zelf instaan voor de administratie en betaling.
Volgens schepen Katrien Kenis kwam die wijziging onverwacht. “We hebben dat vernomen zoals iedereen, via mail of de krant, en zijn dan zelf gaan berekenen wat dit betekent voor onze bibliotheek,” klonk het.
De vergoeding bestaat uit twee delen. Enerzijds is er een forfaitair bedrag op basis van de grootte van de collectie. Voor Pelt, met 82.079 stuks, komt dat neer op 3.843 euro. Daarmee zit Pelt in de 'prijsvork' van 50.000 tot 100.000 stuks, dus er is nog marge. Anderzijds is er een variabel bedrag per uitlening. Met 161.575 uitleningen in het voorbije jaar bedraagt dat ongeveer 5.747 euro.
Samen komt de totale kost uit op zowat 9.590 euro per jaar.
Dat bedrag werd inmiddels opgenomen in de meerjarenplanning. Voor de komende zes jaar voorziet het gemeentebestuur telkens ongeveer 10.000 euro in het bibliotheekbudget.
De schepen benadrukte dat het systeem een dubbel gevoel geeft. “We willen net méér mensen aan het lezen krijgen en dus meer uitleningen realiseren, maar dat betekent tegelijk ook een hogere kost,” zei ze. Daarnaast vreest ze dat de extra administratie ten koste kan gaan van de kerntaak van de bibliotheek.
Intussen werkt Vlaanderen aan een verdere uitrol van het systeem. Er liggen twee scenario’s op tafel: ofwel doet het lokaal bestuur zelf de aangifte en opvolging, ofwel gebeurt dat via ondersteuning door Cultuurconnect. In dat laatste geval kan mogelijk een groepskorting van 5 procent worden bekomen.
Het dossier komt binnenkort opnieuw op tafel in het schepencollege, waar een keuze tussen beide scenario’s zal worden gemaakt.