Op de jongste gemeenteraad van Pelt stelde
Dominiek Heylen (Vlaams Belang) de
manier waarop mondelinge vragen van raadsleden worden behandeld ter discussie. Volgens hem worden steeds meer vragen niet tijdens de zitting beantwoord, maar pas
weken later schriftelijk afgehandeld. Daardoor verliest de oppositie volgens Heylen de mogelijkheid om meteen te reageren of bijkomende vragen te stellen.
Heylen wees erop dat antwoorden op mondelinge vragen soms pas op de dag van de volgende gemeenteraad worden bezorgd. "Op deze manier wordt de democratische controle uitgehold en wordt ons elk recht op repliek ontnomen", stelde hij.
Bovendien kunnen actuele problemen daardoor volgens hem tot twee maanden aanslepen vooraleer ze opnieuw op de gemeenteraad besproken kunnen worden.
Het raadslid waarschuwde dat zijn fractie zich daardoor mogelijk genoodzaakt ziet om vaker bijkomende agendapunten in te dienen, waarover wel gedebatteerd en gestemd moet worden, of om meer gebruik te maken van sociale media.
Heylen vroeg het college om mondelinge vragen zoveel mogelijk tijdens de gemeenteraad zelf te beantwoorden. Wanneer een schriftelijk antwoord noodzakelijk is, zou dat volgens hem minstens een week vóór de volgende gemeenteraad moeten worden bezorgd. Daarnaast vroeg hij om duidelijke criteria voor de keuze tussen een mondeling en schriftelijk antwoord en stelde hij voor om de kwestie te bespreken tijdens een overleg met de fractievoorzitters.
Burgemeester verdedigt werkwijze
Burgemeester Dennis Fransen benadrukte dat korte, concrete vragen die onmiddellijk correct beantwoord kunnen worden, ook effectief mondeling worden behandeld. "Het is niet zo dat we steevast schriftelijk antwoorden", reageerde hij.
Volgens Fransen is een schriftelijk antwoord aangewezen wanneer bijkomend opzoekingswerk nodig is, bijvoorbeeld bij uitgebreide dossiers, cijfergegevens of technische en juridische kwesties. Op die manier kan het bestuur volledige en actuele informatie verstrekken. De antwoorden worden volgens hem bezorgd overeenkomstig het huishoudelijk reglement.
De burgemeester verklaarde zich wel bereid om de kwestie op een volgend overleg met de fractievoorzitters te bespreken. Hij verwees daarbij naar artikel 27 van het huishoudelijk reglement, dat bepaalt hoe zo'n overleg kan worden georganiseerd.
Toen Heylen daarop nog wilde weten of het huishoudelijk reglement tijdens deze legislatuur nog gewijzigd kan worden, ging Fransen daar niet inhoudelijk op in. Hij beschouwde dat als een nieuwe vraag en verwees naar de antwoorden die hij al had gegeven.