6,1% van de werkende bevolking, of ongeveer 315.000 personen heeft een tweede job in 2025. Dat percentage is bijna identiek bij mannen (6,1%) en vrouwen (6,2%) en is voor beide groepen ook gestegen ten opzichte van vorig jaar (5,5%). Vroeger hadden mannen vaker meer dan één job dan vrouwen: in 2000 had 4,3% van de werkende mannen een tweede job tegenover 3% van de werkende vrouwen. Vooral 25-49-jarigen en personen met een hoog onderwijsniveau hebben een tweede job, net als mensen die in Vlaanderen wonen.
In meer dan een op de twee gevallen (57,6%) gaat het om een bijverdienste als zelfstandige. Dat blijkt uit nieuwe resultaten van Statbel, het Belgische statistiekbureau.
Werkende personen die in het Vlaams Gewest wonen hebben het vaakst (6,9%) een tweede job, gevolgd door personen in het Waals Gewest (5,2%). Van de werkende Brusselaars heeft een kleine 4% een tweede job.
Het zijn de 25-49-jarigen die het vaakst een tweede job hebben met 6,9% van de werkende bevolking. Daarnaast heeft 4,6% van de jongeren van 15-24 jaar een tweede job, tegenover 5% bij de 50-plussers.
Hoe hoger het onderwijsniveau, hoe hoger het percentage van personen met een tweede job. 7,1% van de werkenden met een hoog onderwijsniveau heeft een bijverdienste, tegenover 5,6% van de middengeschoolden en 3,1% van de werkenden met een laag onderwijsniveau.