Oriana Saeren (Vlaams Belang) stelde een mondelinge vraag over de ontbossing aan de Rolweg in Stal.
"Bewoners uit de omgeving van de Rolweg uitten toch wel ernstige bezorgdheden over een mogelijke bouwvergunningsaanvraag voor een aantal woningen in hun straat. Bewoners vrezen dat de realisatie van dit project gepaard zou gaan met een aanzienlijke boskap. Het te kappen bos fungeert vandaag als de enige natuurlijke geluidsbuffer tussen de omliggende woningen en de aangrenzende vrijetijdssite, met de sporthal, de school, de kinderopvang en de jeugdlokalen.
Kunnen jullie bevestigen of er een bouwvergunningsaanvraag lopende is in de Rolweg en zo ja, werd er bij de beoordeling ervan een akoestisch onderzoek of milieueffectenbeoordeling uitgevoerd om de leefbaarheid van de buurt en de werking van de lokale verenigingen te vrijwaren?
De Rolweg is al een drukke omgeving door de aanwezigheid van de school, de sporthal, de kinderopvang en de jeugdlokalen. Daar bovenop komt nu eventueel nog een langdurige en intensieve werffase voor de bouw van de woningen. De Rolweg is een doodlopende straat. Er is geen alternatieve ontsluiting mogelijk voor zwaar werfverkeer zoals betonmixers, kranen en vrachtwagens. Al dat extra verkeer moet manoeuvreren in een reeds drukke en smalle omgeving. De bewoners noemen dit terecht een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van de vele kinderen en inwoners in die omgeving.
Bovendien wijzen zij op de structurele overlast die hiermee gepaard gaat: blokkades van de straat, trillingen, modder en stofoverlast. Dit zijn geen tijdelijke ongemakken, maar langdurige problemen die de leefbaarheid en toegankelijkheid van de sporthal, de kinderopvang en de jeugdlokalen voor een zeer lange periode zwaar hypothekeren", stelt Saeren.
Daarom stelde ze volgende vragen:
Welke concrete maatregelen nemen jullie dan ook om zowel de verkeersveiligheid van de kinderen/inwoners als de toegankelijkheid van de omliggende voorzieningen te garanderen tijdens de volledige werffase? En werd dit aspect überhaupt meegenomen in de beoordeling van de vergunningsaanvraag".
Schepen Werner Janssen (N-VA) gaf antwoord:
"Onlangs werd op deze gemeenteraad het woonbeleidsplan goedgekeurd. Het woonbeleidsplan vertrekt net vanuit de ambitie om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte. In woonuitbreidingsgebieden (in tegenstelling tot woongebieden) kan er bijvoorbeeld momenteel niet overgegaan worden tot ontwikkeling. M.a.w. proberen wij bijkomende woonontwikkeling zoveel mogelijk te voorzien waar die volgens de gewestelijke inkleuring mogelijk is, net om de open ruimte zo maximaal mogelijk te behouden.
De gronden waarop de verkaveling voorzien is, is wel bestemd als woongebied. Binnen het geldende ruimtelijke beleid, zijn er dus rechten van de eigenaar om te bouwen op deze percelen en dus een woonontwikkeling te realiseren.
Dat neemt niet weg dat het stadsbestuur veel belang hecht aan het behoud en de versterking van groen in Beringen.
Het Urban forest plan dat ook hier goedgekeurd werd is daar een voorbeeld van.
Uw vraag of er een bouwvergunning lopende is is het antwoord ja.
Er werd op 20/08/2026 een voorwaardelijk gunstige vergunning afgeleverd door het CBS voor verkavelen van grond in 4 bouwloten in open bebouwing met een gelijkvloerse uitbreiding voor lot 1 tot tegen woning Rolweg 13 (lot 1 tot en met 4), een lot achterliggende grond (lot 5, uit de verkaveling te sluiten) en het deels ontbossen van de percelen.
Tegen deze omgevingsvergunning is op 02/09/2026 een beroep ingediend bij deputatie.
Uw vraag Werd bij de beoordeling van de vergunning een akoestisch onderzoek of milieueffectenbeoordeling uitgevoerd om de leefbaarheid van de buurt te vrijwaren is het antwoord ja omdat dit wettelijke zaken zijn om te onderzoeken.
Mer-screening (zoals opgenomen in de beslissing)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de project-m.e.r.-screening. Uit de
bijgevoegde screening blijkt dat, gelet op de aard en de beperkte omvang van de
verkaveling met vier eengezinswoningen, geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht.
De effecten op mobiliteit, lucht, water, geluid, bodem, gezondheid, landschap en
biodiversiteit blijven beperkt of kunnen afdoende worden beheerst door de opgelegde
voorwaarden, waaronder het behoud van een deel van het bos, de verplichte
boscompensatie, de bescherming van de te behouden bomen en de beperking van
verhardingen. Ook de stikstofdepositie blijft onder de toepasselijke drempelwaarden. Een
project-MER is bijgevolg niet vereist.
Binnen deze verkaveling is 4.543 m² bos aanwezig. Daarvan wordt 2.373 m² ontbost maar blijft ook 2.170 m² behouden. De ontbossing wordt beperkt tot de zone die noodzakelijk is voor de inrichting van de vier bouwloten. De noordwestelijke helft van het terrein wordt uit de verkaveling gesloten en blijft bebost. Ook binnen de achtertuinzones worden bomen behouden. Hierdoor blijft een aaneengesloten bosgedeelte aanwezig en worden de resterende natuurwaarden maximaal geïntegreerd in de toekomstige inrichting.
Voor de ontbossing geldt een compensatiefactor 2, aangezien het bos voor meer dan 80 procent uit inheems loofhout bestaat. Het goedgekeurde boscompensatievoorstel (door ANB) voorziet in een te compenseren oppervlakte van 4.746 m² en dus een bosbehoudsbijdrage van 27.289,50 euro.
Ook het Agentschap voor Natuur en Bos heeft dus een gunstig advies onder voorwaarden verleend aan de aanvrager. Het agentschap bevestigt dat de ontbossing noodzakelijk is voor de uitvoering van de verkaveling en verenigbaar is met de bestemming woongebied, maar benadrukt tegelijk de ecologische en landschappelijke waarde van het bestaande bos. Het Agentschap legt op dat de kapwerken buiten het broedseizoen, zijnde buiten de periode van april tot en met juni, worden uitgevoerd.
Voorafgaand aan de kapwerken moet worden nagegaan of beschermde soorten of sporen ervan aanwezig zijn. Bij een vermoeden van aanwezigheid dient contact te worden opgenomen met ANB.
Ik besef dat men liever heeft dat het bos volledig behouden zou blijven, maar zoals hierboven geschetst, werd getracht een balans te zoeken tussen de bouwrechten van de eigenaar en de nood aan een groene leefomgeving.
Met betrekking tot uw opmerking dat een bouwfase van 4 woningen gepaard gaat met langdurige ongemakken
Het is belangrijk te erkennen dat elke bouwontwikkeling onvermijdelijk gepaard gaat met een tijdelijke periode van hinder. Tijdens de uitvoering van werken kan er sprake zijn van bijkomend verkeer, geluidshinder, stofvorming en tijdelijke beperkingen inzake
bereikbaarheid.
Deze hinder is echter per definitie tijdelijk en beperkt tot de duur van de werf. Na de voltooiing van de werken verdwijnen de werfgebonden activiteiten en de daarmee samenhangende overlast. Dit geldt niet alleen voor het voorliggende project, maar is een kenmerk dat eigen is aan alle bouwprojecten die in het verleden werden gerealiseerd en die ook in de toekomst nog zullen worden uitgevoerd.
Tijdens deze ongemakken in de bouwfase dient iedereen zich dan ook aan de geldende verkeersregels te houden.
Als laatste wil ik meegeven dat bouwvergunningen en verkavelingen een beslissingsbevoegdheid zijn van het schepencollege. Bouwvergunningen en verkavelingen zijn vastgelegd in wetten, regels en termijnen die moeten gerespecteerd worden.
Zowel eigenaars en omwonenden hebben hun rol te spelen en tijdens deze termijnen kunnen opmerkingen en bezwaren ingediend worden die ruim behandeld dienen te worden. Dat werd in dit dossier ook gedaan.
Wij als stad kunnen in dit dossier niet zeggen dat hier geen verkaveling mag komen. Net zoals de omliggende bewoners trouwens ook een bouwvergunning gekregen hebben in het verleden!
Zoals eerder reeds gezegd hebben omwonenden reeds een bezwaar ingediend bij de provincie. We zullen dus afwachten wat daar de beslissing zal zijn".