Het percentage van 25- tot 34-jarigen met een diploma hoger onderwijs in België in 2025 wordt geschat op 52,7%, wat een lichte stijging is ten opzichte van het voorgaande jaar. Het lijkt dat deze vooruitgang voornamelijk te danken is aan de vrouwen: in 2025 had 60,3% van de vrouwen van 25 tot 34 jaar een diploma hoger onderwijs, tegenover 45,2% van de mannen. Nog opvallender is het feit dat de kloof tussen de geslachten steeds groter wordt: van 5,9 procentpunten in 2000 tot 15,1 procentpunten in 2025.
In het begin van de jaren 2000, had iets meer dan een derde van de 25- tot 34-jarigen een diploma hoger onderwijs. Nu is dit meer dan één op de twee personen, en is de doelstelling van 45% die de Verenigde Naties hebben gesteld voor 2030 al bereikt sinds 2017.
Er zijn merkbare verschillen tussen de gewesten. Brussel heeft het hoogste percentage afgestudeerden van het hoger onderwijs onder de 25-34-jarigen, met 63,5% in 2025. In Vlaanderen ligt dit cijfer 10 procentpunten lager (53,5%), terwijl het in Wallonië daalt tot 46,3%. In alle drie de gewesten blijft de kloof tussen mannen en vrouwen groter worden, tot 16,2 procentpunten in Wallonië.
Voor het eerst telt België nu net iets meer personen met een diploma hoger onderwijs (37,5%) dan met een diploma hoger secundair onderwijs als hoogste kwalificatie (37,3%)