In 2025 volgde vier op tien van de 25-64-jarigen een opleiding. Vrouwen doen iets meer aan levenslang leren. Van degenen met maximum een diploma lager onderwijs volgt 18,2% een opleiding, tegenover 31,2% van diegenen met een diploma hoger secundair onderwijs. Van de mensen met een diploma hoger onderwijs volgt 56,6% een opleiding.
Vlaanderen is de regio met het hoogste percentage levenslang leren: 45%. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dit 40,8%, en in het Waals Gewest 32,6%.
Het levenslang leren neemt af met de leeftijd: 25- tot 34-jarigen volgden in 47,2% van de gevallen een opleiding, 55- tot 64-jarigen in 28,8% van de gevallen.
Naar arbeidsmarktstatuut zien we dat in 2025 46,8% van de werkenden een opleiding volgt, 29,4% van de werklozen en slechts 19,2% van de niet-beroepsactieven. Het percentage levenslang leren bij werkenden evolueert van 41,4% in 2024 naar 46,8% in 2025.
We zien ook markante verschillen tussen sectoren: de drie sectoren met de laagste opleidingsdeelnames) zijn de bouwnijverheid, groot- en detailhandel en horeca. Voltijds werkenden (47,9%) nemen iets meer deel aan opleiding dan deeltijds werkenden (43,3 %).
Managers, intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen, en technici en verwante beroepen volgden in meer dan de helft van de gevallen het afgelopen jaar een opleiding.