Tijdens de gemeenteraad van Lommel bracht raadslid Alosya Vandenberk (N-VA) het groeiende tekort aan eerstelijnszorg onder de aandacht. Volgens haar wordt het voor veel Lommelaren steeds moeilijker om een huisarts te vinden, een probleem dat zich ook in andere steden stelt en de komende jaren nog zal toenemen.
Vandenberk wees erop dat verschillende huisartsenpraktijken momenteel een patiëntenstop hanteren door de stijgende werkdruk. Daardoor zijn inwoners vaak genoodzaakt om buiten Lommel op zoek te gaan naar medische hulp. Ze vroeg zich af of de stad al initiatieven heeft genomen om huisartsen aan te trekken of bestaande praktijken te ondersteunen, bijvoorbeeld via premies of het aanbieden van infrastructuur.
Schepen
Katrien Cools erkende het probleem en benadrukte dat het om een structurele uitdaging gaat in heel Vlaanderen. Lokale besturen hebben hierin slechts beperkte bevoegdheden, maar volgens haar wordt er wel degelijk ingezet op samenwerking. Zo is Lommel actief binnen de Eerstelijnszone Noord-Limburg en zijn er overlegmomenten met de lokale huisartsenkring.
Op langere termijn ziet Cools hoop in de geplande masteropleiding geneeskunde aan de UHasselt, die vanaf 2027-2028 van start gaat. Verwacht wordt dat vanaf 2033 jaarlijks extra artsen zullen afstuderen, waarvan een deel in de regio zal blijven.
Daarnaast lopen er gesprekken met lokale praktijken om te bekijken hoe jonge artsen beter kunnen worden aangetrokken en ondersteund. Financiële premies, zoals die in andere gemeenten bestaan, blijken volgens Cools niet altijd de doorslaggevende factor. “Het is belangrijker om samen met de bestaande praktijken te kijken hoe we starters concreet kunnen faciliteren”, klonk het.
Ook werd verwezen naar het opvangcentrum van Fedasil, waar intussen opnieuw een centrumarts actief is, wat de druk op de lokale huisartsen deels verlicht.
Vandenberk stelde voor om ook bestaande praktijken extra te ondersteunen bij het aantrekken van nieuwe artsen. De schepen gaf aan open te staan voor verdere gesprekken: “Als praktijken aangeven dat ze ondersteuning kunnen gebruiken, zitten wij graag mee aan tafel.”
Marc Faes