Kartpiloot Elias Hoeks uit Lommel heeft afgelopen weekend een knappe prestatie neergezet tijdens de
eerste ronde van het Kart4Fun-kampioenschap. De twintigjarige rijder eindigde als vierde in het overall-klassement van de Rotax Max Senioren-klasse én pakte de
overwinning in de Fun-klasse.
Voor Hoeks betekent dat een flinke stap vooruit. Waar hij vorig seizoen doorgaans tussen de twaalfde en vijftiende plaats eindigde, nestelde hij zich nu meteen in de top vijf. “Ik ben wel een beetje trots op mezelf dat ik in die top vijf ben kunnen belanden”, reageerde hij. “Het is daar heel intensief racen en zeker geen gemakkelijke wedstrijd.”
Die progressie komt volgens hem niet uit de lucht vallen. “We hebben het afgelopen seizoen veel bijgeleerd, zowel motorisch als technisch. Dat begint nu zijn vruchten af te werpen.”
De wedstrijd in Eindhoven verliep niet zonder hindernissen. In de eerste heat eindigde Hoeks als zevende. Tijdens de tweede heat kreeg hij af te rekenen met een losgekomen bumper, maar een rode vlag zorgde ervoor dat de uitslag van een ronde eerder werd genomen. Daardoor werd hij als achtste geklasseerd en bleef een slechte startpositie voor de finale uit.
Vanop de vijfde plaats begon hij aan de finale, waarin hij al snel opschoof naar de vierde plek. Lange tijd bleef hij aanklampen bij zijn voorganger, maar in de slotfase kreeg hij af te rekenen met oververhitte banden en moest hij nog een positie prijsgeven. Uiteindelijk finishte hij als vierde overall, goed voor winst in de Fun-klasse.
Hoeks begon pas op zijn zestiende met karten, maar maakte snel indruk. “Na mijn eerste keer zat ik al op het niveau van mijn vrienden. Toen wist ik: dit wil ik blijven doen.” Intussen werkt hij aan zijn vierde seizoen en mikt hij op een nieuwe titel in de Fun-klasse, met mogelijk een overstap naar een hogere categorie in het vooruitzicht.
De volgende uitdaging wacht in Berghem, waar de tweede manche van het kampioenschap wordt verreden. “We blijven hard trainen en proberen die lijn door te trekken. Ik heb er een goed gevoel bij.” (Foto Bas Kaligis/RaceXpress.nl)