Vroeger leerden we om met twee woorden te spreken, want één woord was onbeleefd. Ik heb dat nooit goed begrepen, want of je nu “ja” zegt of “ja mijnheer”, de boodschap is hetzelfde en even duidelijk. Economisch gezien is de tweede variant zelfs eerder te mijden, want dat verbruikt meer energie, kost dus meer geld en we moeten overal besparen tegenwoordig. Dus beleefdheid? Weg ermee! Een besparingsmaatregel van de regering…
Als opgroeiende tiener vond ik de twee-woorden-regel best lastig, vooral ook omdat ik het moest bezigen bij mensen waarvan ik vond dat ze het opgelegde respect niet meteen verdienden, meestal een wat oudere leerkracht van het uitgebluste type. Ik kreeg het er helemaal van als zulke personen mij gingen corrigeren: “Ja, wie?” Ja wadde, respect verdien je, dat hoef je niet af te dwingen.
De slinger slaat nu misschien wel iets te ver door naar de andere kant. De jeugd is in ieder geval mondiger geworden en komt met twee woorden niet meer toe. Ze kijken niet op een woordje meer of minder, maar zeggen het gewoon: “Ja, wie denkt gij wel dat ge zijt, Mijnheer?”
Tegenwoordig is er een heel nieuwe twee-woorden-regel, die niets met beleefdheid meer te maken heeft, maar wel met duidelijkheid en die gebruikt wordt om iets in de verf te zetten. Het belangrijke woord wordt gewoon herhaald.
Zo was er laatst een collega die meldde dat ze in de volgende les nog eens echt “muziek-muziek” zou geven, dus niet zomaar muziek! Of iemand anders merkte op dat sneeuw op 25 december toch wel voor een echte “Kerst-Kerst” zou zorgen. Nog gehoord: biljarten is toch niet echt een “sport-sport”. En als ik vandaag naar buiten kijk, dan is het echt wel “winter-winter”!
De woorden-iteratie (wauw, wat een mooi woord-woord) wordt vaak voorafgegaan door “echt” en gevolgd door “Snap je”, alsof er net iets hoogst onbegrijpelijk geuit werd. Het kan non-verbaal ondersteund worden door het nabootsen van aanhalingstekens. Dat doe je door met twee vingers van beide handen in de lucht te knijpen.
Al die moeite doen we om eigenlijk maar te zeggen dat je het herhaalde woord zo letterlijk mogelijk nemen moet. Wat ik nu wel raar-raar vind, is dat dit een trend is. We hebben dit niet altijd zo gedaan en ooit zal het ook wel eens stoppen, want er zijn alternatieven. Het woordje “echt” brengt al voldoende nuance.
Om nu terug te komen op de beleefdheidsregel. Ik dacht zo slim te zijn om het te combineren met de huidige herhalingsgewoonte. Maar dan krijg je weer een andere connotatie, namelijk die van verveling of ergernis. Laat dat nu exact datgene zijn wat ik vroeger had willen uitdrukken:
“Ja jaa, mijnheer” (zucht).
Jan Verheyen