Henri Lallemand (1868-1940), o.a. gewezen Hasselaar, was in zijn tijd een fervent fietser. In
1892 reed hij zijn eigen
Tour de Limbourg, een meerdaagse toeristische tocht door onze provincie. Zijn zeer persoonlijke indrukken schreef hij neer in En Campine, excursion d’un cycliste à travers le Limbourg belge. Halverwege zijn eerste rit kwam hij door
Leopoldsburg,
het Kamp, Hechtel en Eksel. Zijn tocht liet op de stedeling een bijzondere indruk na.
“Naarmate ik Leopoldsburg nader (…) zie ik steeds meer geüniformeerde soldaten opduiken. Met hun kleurrijke pakken uit alle militaire rangen zijn ze een levendig accent in de eenzame woestenij om hen heen. (…)
’s Winters ligt het Kamp er leeg en triest bij. Dan kloppen de piotten er weemoedig hun afstompende legerdienst. ’s Zomers echter heerst hier een grootstedelijke levendigheid. Van overal trekt die een broeierig diverse massa aan: lieden die met waren marchanderen, blootvoetse armoezaaiers met een blik al even louche als hun handeltje.
Dan zitten de vele kroegen vol vrouwen, jong en oud, slank en dik, mooi en lelijk, uitgeblust en verrimpeld. Nu brassen ze erop los. Maar wie van hen na de zomer in het Kamp blijft hangen, crepeert ’s winters. Heel dat wereldje troggelt de soldaten hun laatste centen af. Als het tot de recruten doordringt dat ze snel en vakkundig geplukt zijn, troepen ze samen en plunderen de kassa. Hier gaat geen dag zonder vechtpartijen voorbij.
Er zijn meer dan genoeg hotels voor ieders beurs en naar ieders smaak. Ik ga hier rustig mijn tijd nemen voor een ontbijt en er daarna ook eens rondneuzen (…).
Achter de vele gebouwen strekt zich een immense zandvlakte van strogele en roestrode zandgolven uit, her en der opgesmukt met bosjes brem. En overal massa’s soldaten, opgeslorpt in die immense zandzee. Hier volgen onervaren recruten in al te ruime legerkleren exercitie in compagnieverband. ‘Voorwaarts! Aarsch! Eén twee! Eén twee!’ In twee parallelle rijen marcheren ze zwetend, stokstijf schouder aan schouder. ‘Halt! Ter plaatse rust.’
Daar bekwaamt een peloton zich in het schieten: ‘In positie! Vuur!’ Wat verderop krijgt een regiment manoeuvres. Met de ransel op hun rug en verzopen in hun al te zware capote vorderen en ontplooien de soldaten zich in compagnieverband. In sombere linies kronkelen ze zich over de vlakte, terwijl de zon verblindend fonkelende sterren op hun geweerlopen prikt.
Klaroengeschal! De oefening zit erop! De geweren worden in rotten gezet, soldaten wandelen in groepjes weg. De enen lessen hun dorst, anderen lurken gretig aan hun pijp. Nog anderen leggen zich kriskras in het zand en proberen in een vijfminutendutje hun vermoeidheid uit hun lijf te slapen. En zoals zij last, ook de vermoeide natuur onder de brandende zon zwijmelend een rustpauze in.
Mijn tijd in Leopoldsburg zit erop. Ik moet flink doorfietsen om tegen de middag in Neerpelt te zijn. Onder de brandende zon (…) is het in die oververhitte vlakte allesbehalve leuk fietsen. (…) De weg naar Hechtel is bovendien afgrijselijk slecht. (…) In Hechtel sla ik linksaf naar Eksel. Wat een verademing dit keer! Geen enkel karrespoor! Nergens een steen te bespeuren! (…) En hoe liefelijk is Eksel, een klein stadje met brede en zuivere straten met bijna allemaal nieuwe huizen.”
Jef Vanbussel
Bron tekst: Henri Lallemand, En Campine, excursion d’un cycliste à travers le Limbourg belge.
Vertaling: Jef Vanbussel
Foto: blog.seniorennet.be