April is traditioneel de
Maand van de Markt, en dat laten ze ook in Pelt niet onopgemerkt voorbijgaan. Op de
markt van Overpelt spraken we vorige week met enkele marktkramers, stuk voor stuk
ambassadeurs van sfeer, kwaliteit en persoonlijk contact.
Aan het kaaskraam staan William en Bianca, al twintig jaar een vertrouwd gezicht. “Eigenlijk is de markt hier begonnen met onze komst,” vertellen ze. “Later zijn er steeds meer kramen bijgekomen.” Waarom mensen naar de markt moeten komen? Daar moeten ze niet lang over nadenken. “Voor de persoonlijke aanpak én de versheid. Wij kennen veel van onze klanten. Van zeven op de tien weten we perfect wat ze graag hebben. Als we iemand zien aankomen, zeggen we soms al: haal kaas nummer vier maar boven.”
Ook Yousif, die sinds zes weken de groente- en fruitkraam van Jos en An overnam, merkt het verschil met andere verkooppunten. “Hier draait het om versheid, kwaliteit en gezelligheid. Mensen komen niet alleen om te kopen, maar ook voor de babbel.”
Naast hem staat Mo van het delicatessenkraam. Hij heeft al zeventien jaar ervaring op markten, maar is in Pelt eveneens nog maar zes weken actief. “Het is hier altijd gezellig, zeker als het mooi weer is en de terrasjes buiten staan.” Of hij zelf tijd heeft om daarvan te genieten? “Zelden,” lacht hij.
Henk van de bloemenkraam sluit zich daarbij aan. “Nergens is het gezelliger dan op de markt. Ik zou niets anders willen doen.” Volgens hem zit het verschil in kwaliteit. “Een supermarkt verkoopt ook tulpen, maar niet de tulpen die ik heb,” zegt hij trots.
Aan het kippenkraam staan Martine en Celien klaar. “We kennen onze klanten, vaak zelfs bij naam,” vertellen ze. Voor Martine is het duidelijk: “Na vijf jaar weet ik het zeker, dit is wat ik het liefst doe.” Eén ding wil ze wel kwijt: “Elke markt heeft zijn eigen sfeer… maar waar het het best is? Dat houden we voor ons.”