August Cuppens werd op 22 mei 1862 in Beringen geboren als oudste uit
een gezin met zeven kinderen. Zijn vader was postbode. Zelf doorliep hij
de middelbare school in het voormalige Sint-Jozefscollege. Daarna
volgde hij de tot het priesterschap voorbereidende filosofische
opleiding aan het Klein Seminarie in Sint-Truiden. Daar was hij actief
in de lettergilde met de naam ‘Utile Dulci’.
Nadien studeerde hij theologie aan het Grootseminarie in Luik, waar hij
meewerkte aan het katholiek-flamingantische scholieren-, seminaristen-
en studententijdschrift ‘De Student’.
Hij leerde er het werk van Guido Gezelle kennen, werk dat hij bewonderde
en dat zijn eigen poëzie sterk beïnvloedde.
In 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd en was achtereenvolgens onderpastoor in Ans en Verviers en rector van het klooster van de Zusters der Armen in Luik. In Luik was hij betrokken bij de beginnende christendemocratische beweging en probeerde hij door de oprichting van coöperatieven de leef- en werkomstandigheden van met name mijnwerkers te verbeteren.
Van 1899 tot zijn overlijden op 1 mei 1924 was Cuppens pastoor in het dorpje Loksbergen, dat sinds 1965 een deelgemeente is van Halen. Zijn pastorij werd een ontmoetingscentrum voor Vlaamse schrijvers en kunstenaars. Stijn Streuvels (die eigenlijk Franciscus – Frank – Lateur heette) was bijvoorbeeld iemand waarmee hij regelmatig contact had. En met Guido Gezelle onderhield hij een vrij intensieve briefwisseling.
Zijn werk was sterk gekleurd door zijn Limburgs regionalisme en hij stond mee aan de wieg van het taal- en volkskundig, Vlaamsgezind en Limburgs-particularistisch tijdschrift ‘’t Daghet in den Oosten’, dat hij vanaf 1908 als hoofdredacteur deed evolueren tot een vooral literair blad.
Zijn toneelstukken schreef hij in het algemeen Nederlands en het Limburgs. Het pre-industriële Limburg, zowel landschappelijk als maatschappelijk, vormde de belangrijkste inspiratiebron voor wat hij schreef.
Bovendien vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans.
9 jaar na zijn overlijden, in 1933 onthulde men een bronzen gedenkplaat aan de voorgevel van het toenmalige Sint-Jozefscollege. Die bevindt zich er nog steeds, langs de Collegestraat, links van de vroegere hoofdingang van de school. De bibliotheek van Beringen heeft ook jarenlang zijn naam gedragen, evenals het voormalige zwembad (’t Cupke) in de naar hem vernoemde straat.
Maar ook in Loksbergen blijft men aan hem denken.
Het museum ‘de Reinvoart’ is een volkskundig streekmuseum. ‘Reinvoart’ blijkt de streekbenaming te zijn voor het boerenwormkruid. Een kruid dat groeit langs wegbermen en velden. In bloei heeft het mooie gele bloemknopjes met diepgroene blaadjes en is vooral bekend om zijn speciale geur.
Dit streekmuseum is ondergebracht in een typische langgevelhoeve langs de Hagelandstraat in Loksbergen (deelgemeente van Halen). Het geeft een idee van het leven in het Hageland van de 19de eeuw.
Maar er is ook plaats voor lokale bekende personen. Zo is er een speciaal plaatsje voor August Cuppens. Voor de geïnteresseerden: het museum is elke zondag open van 10 tot 18u.
Dat August Cuppens niet alleen in Beringen en Loksbergen bekend bleef als Vlaams priester, dichter, schrijver van historische en/of religieuze volksvertellingen en van toneelstukken, bewijst het feit dat bijvoorbeeld ook de gemeentes Heusden-Zolder en Lanaken een straat naar hem vernoemd hebben.
Met dank aan Kiosk, het tijdschrift van de heemkundige kring van Beringen, en aan de website www.okv.be.(Danny Boelanders - foto Gust Ischen)