In Beverlo vond ik een straat die vernoemd werd naar een voor mij onbekende plant: de Sorbebomenstraat.
Ik vermoed dan ook dat niet algemeen geweten is wat een sorbeboom precies is. Hij is bij ons alleszins relatief zeldzaam. In het dialect werd hij vroeger ook wel sorbenboom genoemd, maar dat blijkt geen algemeen Nederlands te zijn. Waarschijnlijk komt de verwarring vanwege het feit dat de vruchten vaak ‘sorben’ genoemd werden.
De sorbeboom heet wetenschappelijk Sorbus Domestica, behoort tot de rozenfamilie (!) en is familie van de Sorbus Aucuparia.
Deze laatste kennen we als de lijsterbes. En dan is de link naar de oude straatnaam snel gelegd, want de oude naam voor de sorbebomenstraat was de lijsterbes(sen?)straat. Maar met de fusie van 1977 stootte men op het feit dat er zowel in Koersel als Beverlo een lijsterbes(sen)straat was. En daarom koos men voor de nieuwe – verwante – straatnaam in Beverlo.
Immers, een synoniem voor de sorbeboom is peerlijsterbes.
Het gaat om een boom die tot 20 meter hoog en meer dan 200 jaar oud kan worden.
Hij heeft oneven geveerde bladeren, vergelijkbaar met die van de algemeen gekende lijsterbes. Het is een voorjaarsbloeier en de boom draagt dan witte bloemtrossen. De vruchten worden dus vaak sorben genoemd en zien eruit als kleine appels of peren. Eerst zijn ze hard en wrang van smaak, maar mettertijd worden ze eetbaar (zacht en bruin).
Vroeger werden de vruchten gebruikt voor het maken van jam en gelei, cider en ander alcoholische dranken en in de volksgeneeskunde kwamen ze ook aan bod omdat ze rijk zijn aan vitamine C en tannines.
Het hout van deze boom is zeer hard maar ook fijn van structuur. Daarom werd het vroeger veelvuldig gebruikt voor het maken van precisiegereedschap, meetinstrumenten…
Ondertussen is deze boom in onze contreien dus vrij zeldzaam. Hij groeit van nature vooral in de warmere delen van Europa, Noord-Afrika en Klein-Azië (Turkijke) en houdt van zonnige, kalkrijke standplaatsen. Tegenwoordig wordt hij soms aangeplant als bijzondere sier- en fruitboom. Maar het blijft een van de zeldzaamste inheemse boomsoorten van West-Europa. Ondertussen wordt hij wel steeds vaker aangeplant om de biodiversiteit te vergroten.
Leuke weetjes:
Er is nergens in Vlaanderen of Nederland nog een Sorbebomenstraat. In Ganshoren vond ik wel een Sorbeboomplein. Ganshoren is één van kleinste van de 19 gemeenten uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en ligt, met bijna 26.000 inwoners, in het noord-westen van dat gewest.
In het Antwerpse vind je wel een drietal Sorbenlanen en een Sorbendreef.
Eigenaardig genoeg staan in de Sorbebomenstraat, voor zover ik heb kunnen nagaan, geen sorbebomen. Volgens mijn bevindingen werd de es er aangeplant.
Deze straat ligt in de zogenaamde tuinwijk van de steenkoolmijn van Beringen. De huizen worden er gekenmerkt door onderlinge gelijkvormigheid qua materiaal en stijl. Ze werden in 1920 ontworpen door architect L. Geukens. Het betreft eerder ruime in baksteen opgetrokken tweegezinswoningen van samen vier traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak, geflankeerd door lage bijgebouwtjes, ook weer onder een zadeldak. beide buitenste traveeën springen over de volgende hoogte naar voor (= risalieten) en de nok ervan staat loodrecht op de straat. De bovenkant van de vensters en deuren waren oorspronkelijk gebogen (= getoogd).
Mijn bronnen waren wikipedia, de websites van enkele plantencentra, de Obsidentify-app en de website van Onroerend Erfgoed Vlaandere. (Danny Boelanders - foto Gust Ischen)