18328 en dat is wellicht nog een onderschatting. Het is niet het aantal betogers tegen de G7 van een paar dagen geleden in Genève. Ook niet het aantal volgers op mijn Instagram. Niet het bedrag dat op mijn lopende rekening staat. Gelukkig ook niet mijn volgnummer bij de slager. De leeftijd van Sinterklaas? Waarschijnlijk niet. Aantal wekelijkse columnlezers? Nope.
18328: zo veel keer ben ik al in slaap gevallen tijdens mijn leven. Het is een berekende schatting, maar het echte aantal ligt wellicht nog een pak hoger, want heel vaak word ik ’s nachts nog eens wakker, omdat ik dan nood heb aan een hydration break. In het beste geval dommel ik daarna terug in. We kunnen stellen dat de schatting van de organisatie 45896 bedraagt, maar de politie houdt het op het berekenbare 18328.
Misschien vind je het helemaal niet bijzonder, want het is dagelijkse kost, maar afgelopen week was ik ineens en ook plotsklaps verwonderd over dit fenomeen waarbij je lijf van dagactiviteit naar nachtstand gaat. Eigenlijk is dat heel raar, als je er bewust bij stilstaat, al bleek dat niet vanzelfsprekend te zijn.
Op de 18325ste keer dat ik insliep, beleefde ik voor het eerst deze ommezwaai van bewuste actie naar onbewuste passiviteit. Nooit eerder had ik erbij stil gestaan, maar het moet gezegd worden: het is een schoon moment. Het is alsof je door een trechter opgezogen wordt in een andere dromerigere onderbewuste realiteit. Je wordt high zonder drugs te nemen en dat elke avond opnieuw helemaal gratis.
Ik heb mijn slaap gelaten voor u, waarde lezer, want ik wilde dit moment opnieuw en opnieuw beleven. Ik wilde een subjectief, empirisch en pseudowetenschappelijk onderzoek doen voor de beschrijving van dit wonderlijke kantelmoment, dat iedereen elke avond beleeft.
Maar mijn research is mislukt. Net op het cruciale moment rolde ik telkens ofwel terug de bewuste gewaarwording binnen, ofwel was ik vertrokken in mijn slaap, waarbij dat ene moment vakkundig uitgewist werd. Kortom: het was zeer moeilijk. Ik probeerde om telkens terug wakker te worden op het moment suprême. Als u mij als een zombie aantrof afgelopen week, dan weet u nu waarom.
Het enige zinnige dat ik kan vertellen is dat het op een retrograde reis in de kunstgeschiedenis lijkt. Vanuit het postmodernistisch realisme zie je op je netvlies van je gesloten oogleden achtereenvolgens kubistische, impressionistische, mogelijks ook expressionistische tafereeltjes. Dada is er soms ook bij. Maar verder dan romantiek geraak je niet, want dan ben je al in dromenland…
Ik heb mijn onderzoek ondertussen gestaakt en heb in de vakliteratuur en op Wikipedia gevonden dat het al heel mooi beschreven werd en het heeft zelfs een naam: hypnagoge. Zo’n schoon woord! Daar ga ik nu vannacht eens goed van dromen.
Slaapwel.
Jan Verheyen