In het kader van een debat over de toekomst van Iran heeft de Commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement een lijst opgesteld van Iraanse oppositiefiguren en maatschappelijke organisaties die uitgenodigd zullen worden om hun visie toe te lichten. De lijst geeft een interessant inkijk op wie volgens de Europese Unie zou kunnen steunen om het eventuele vacuüm in Iran op te vullen. De Commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement heeft een lijst opgesteld van Iraanse oppositiefiguren en organisaties die uitgenodigd zullen worden voor een debat in het Europees Parlement over de toekomst van Iran.
Onder meer Reza Pahlavi staat op de lijst, de in ballingschap levende zoon van de laatste sjah van Iran. De uitnodigingen zijn nog onder voorbehoud van interne goedkeuring door de politieke fracties.
Wouter Beke, lid van de Commissie Buitenlandse Zaken: “Een uitnodiging van vertegenwoordigers van de Iraanse oppositie in het Europees Parlement is een belangrijk signaal: Europa toont dat het bereid is te luisteren en democratische stemmen een platform te geven. Want na dagen van bombardementen is het stof in Teheran nog lang niet gaan liggen. Na 36 jaar onder het bewind van ayatollah Khamenei is het bijzonder onzeker welke richting het land nu uitgaat. Sommigen zeggen dat uit chaos nieuwe orde kan ontstaan, maar even goed dreigt een scenario zoals in Irak of Libië – met langdurige instabiliteit in de hele regio en burgeroorlog tot gevolg. De gevolgen zouden bovendien verder reiken dan Iran alleen. De internationale energiemarkten staan onder druk, met stijgende prijzen als gevolg, en ook het risico op massale migratiestromen is reëel. Europa kan zich dus niet afzijdig houden, want wat daar gebeurt, zal ook ons raken. Het is duidelijk dat het Iraanse volk zélf over zijn toekomst moet beslissen. Maar zodra de mist in Teheran optrekt, moeten we inzetten op snelle de-escalatie en samen met het Iraanse volk werken aan een vreedzame transitie. Niet alleen uit solidariteit met de miljoenen onderdrukte Iraniërs, maar ook uit welbegrepen eigenbelang.”