Op de gemeenteraad van Lommel bracht raadslid
Aloysia Vandenberk (N-VA) een herkenbaar probleem onder de aandacht: hondenpoep. Volgens haar blijft de overlast op verschillende plaatsen in de stad een bron van frustratie voor wandelaars en buurtbewoners.
Vandenberk verwees naar eerdere toelichtingen van het stadsbestuur, waaruit blijkt dat klachten over hondenpoep – naast onder meer snelheid en snoeiwerk – vaak terugkeren. Ze benadrukte dat sensibilisering alleen niet volstaat en pleitte voor bijkomende maatregelen die het voor hondenbezitters makkelijker maken om hun verantwoordelijkheid op te nemen.
Schepen Joris Mertens erkende het probleem en bevestigde dat hondenpoep een veelgehoorde klacht is. “De verantwoordelijkheid ligt in de eerste plaats bij de eigenaars,” klonk het. Hij wees erop dat hondenbezitters verplicht zijn om uitwerpselen op te ruimen en steeds zakjes bij zich te hebben. Overtredingen kunnen leiden tot een GAS-boete, en er wordt ook effectief gecontroleerd door stadsdiensten en externe vaststellers.
Volgens de schepen zet de stad niet alleen in op handhaving, maar ook op preventie. Zo worden meldingen opgevolgd door de dienst stadswerken en worden op probleemlocaties sensibiliseringsacties opgezet, vaak op een ludieke manier met borden of vlagjes. Buurtnetwerkers en gebiedsregisseurs voeren daarnaast gerichte controles uit en spreken eigenaars aan, terwijl correcte hondenbezitters soms beloond worden met zakjes.
De stad heeft intussen ook in kaart gebracht waar de overlast het grootst is. Opvallend: het probleem situeert zich vooral in stedelijke zones zoals het Adelbergpark, de Groene Doorsteek en het Barrierpark, en minder in bos- en natuurgebieden.
Vandenberk stelde voor om te experimenteren met zogenaamde hondenpoepzuilen, zoals die in andere gemeenten bestaan. Dat zijn aparte kokers waarin enkel hondenpoepzakjes kunnen worden gedeponeerd. Ze suggereerde zelfs om dergelijke zuilen lokaal te laten maken, bijvoorbeeld via een schoolproject.
Schepen Mertens stond open voor het idee, maar wees op de bijkomende kosten en het onderhoud. “Op specifieke hotspots kan het overwogen worden, maar uiteindelijk blijft het een kwestie van verantwoordelijk gedrag,” besloot hij.