Elke zaterdagochtend maken de lezers van Internetgazet Lommel kennis met Molleke, het ondergronds levende huisdiertje van Dirk Van Bun. Het guitige figuurtje groeide de voorbije jaren uit tot een vaste waarde: lichtvoetig, herkenbaar en altijd met een knipoog naar het dagelijkse leven. En midden in de week is er de column van Rudi Lavreysen. Driehonderd woorden lang – sommigen vinden het te kort – maar telkens scherp, persoonlijk en vaak vertrekkend van een recent voorval. Rudi geeft zijn mening, soms met een kwinkslag, soms met een lichte prik, maar bijna altijd met een hoog “dat heb ik ook al gedacht”-gehalte.
Die twee creatieve Lommelaars hebben elkaar nu gevonden in een nieuw project: “Verbeeldingen”, een combinatie van verhaal en beeld.
“Mijn kunstbroeder Dirk Van Bun had – al zeg ik het zelf – een schitterend idee”, vertelt Rudi. “We werken al samen met onze ‘Verliedjes’, maar ook het tekentalent van Dirk biedt een extra mogelijkheid tot samenwerking. Waarom geen verhaal combineren met een illustratie?”
Het idee werd meteen concreet. Om niet met een lege doos af te komen, werkten ze al een eerste editie uit: een nieuwe 300-woordencolumn mét een bijpassende illustratie, waarin het verhaal subtiel verwerkt zit.
Woord en beeld versterken elkaar, zonder dat het ene het andere overschaduwt.
Een creatieve kruisbestuiving dus, recht uit Lommel, waar pen en potlood elkaar vinden – en waar de lezer twee keer zoveel te ontdekken krijgt.
------------------------------------
De broodbotsing
Ik weet niet waarvoor ze naar de bakker ging. Kwam ze, net als ik, voor een brood? Of moest ze trakteren op haar werk en ging ze gebak en taart kopen?
Ze had haast, dat was zeker. Ze rende letterlijk naar binnen. De automatische deur had moeite om haar te volgen. Maar dat was buiten deze vroege vogel gerekend. Ik had net afgerekend en stapte naar buiten. De binnenstormende mevrouw was zo gefocust op haar toekomstige koopwaar dat ze me niet zag. Ze botste letterlijk tegen me aan. Ik kon nog net mijn 7granenbrood in bescherming nemen. Anders was het van 7 naar 3 gegaan.
“Sorry”, mompelde ze, waarna ze even gehaast verder stapte.
Wat kon er nu zo dringend zijn? Wilde ze de files in Antwerpen voor zijn? Het was half acht ‘s morgens. Een onmogelijke taak. Of moest ze onderweg iemand oppikken? Ik weet het niet.
Maar ik moet eigenlijk niet veel zeggen. “Gij hebt het geduld van een goudvis”, zegt mijn vrouw soms. Op zaterdagochtend sta ik als een springveer aan mijn brievenbus te huppelen. Kijken of de weekendkrant al is geweest.
In het huis van vroeger kwam de postbode pas tegen de middag. We woonden op het einde van zijn ronde. Terwijl er rond dat tijdstip bijna een nieuwe tourrit begon, lazen we in de krant nog het verslag van gisteren. Het leek ons niet te deren.
De bakker, de groenteboer en de soepboer kwamen in die tijd aan huis. Het waren voorlopers van HelloFresh. Ik vroeg me toen al af of de bakker overal hetzelfde praatje maakte. Het is een nobele kunst, praatjes maken. Tegenwoordig is een gesprek beginnen een kunst. Zelfs bij de dokter hadden de mensen tijd. Afspraken bestonden niet. Iedereen ziek in de wachtzaal.
Als het maar geen fenomeen wordt, die broodbotsingen.
(Verhaal: Rudi Lavreysen / illustratie: Dirk Van Bun)