Wie dezer dagen langs de velden in Hechtel-Eksel passeert, merkt het meteen: het aspergeseizoen is volop op gang getrokken. Fotograaf
Hans Put botste enkele dagen geleden op een veld waar hard gewerkt werd onder de typische plastic folies. Maar hoe verloopt de teelt en oogst van asperges precies?
Asperges, ook wel het “witte goud” genoemd, groeien niet zomaar in open lucht. Ze worden geteeld op verhoogde ruggen van zandgrond. Die ruggen worden afgedekt met plastic folie, meestal zwart aan de ene kant en wit aan de andere. Door die folie kan de temperatuur in de bodem geregeld worden: zwart warmt sneller op, wit houdt het koeler. Zo sturen telers de groei van de asperges.
De witte asperge groeit volledig onder de grond en ziet dus geen zonlicht. Zodra een aspergekopje de aarde begint te doorbreken, moet ze geoogst worden. Dat gebeurt manueel met een speciale aspergesteker. De arbeider snijdt de asperge voorzichtig los onder de grond, zonder de wortel te beschadigen. Daarna wordt de rug opnieuw dichtgemaakt, zodat nieuwe scheuten kunnen groeien.
Tijdens het seizoen – dat doorgaans loopt van april tot 24 juni – wordt een veld soms dagelijks gecontroleerd en geoogst. Het is arbeidsintensief werk, maar essentieel voor de kwaliteit. Vers geoogste asperges worden zo snel mogelijk gekoeld en gesorteerd op dikte en lengte.
Wat voor de voorbijganger een veld met plastic lijkt, is dus in werkelijkheid een zorgvuldig gecontroleerde omgeving waar vakmanschap en timing het verschil maken. En dat proef je uiteindelijk op je bord. (Foto's Hans Put)