Naar aanleiding van Internationale Vrouwendag schreef Meral Ozcan deze column:
Internationale Vrouwendag wordt gevierd met bloemen, warme woorden en plechtige verklaringen. Maar achter die symboliek schuilt een harde realiteit. Terwijl we één dag per jaar vrouwen in de schijnwerpers zetten, worden elders vrouwen geslagen, bedreigd, betast of vermoord door partners die hun macht niet willen loslaten. De vraag dringt zich op: vieren we vooruitgang, of kijken we liever niet te lang naar de werkelijkheid?
De afgelopen weken verschenen opnieuw onderzoeken over geweld tegen vrouwen. Cijfers die moeilijk te negeren zijn. Vrouwen die mishandeld worden door hun partner. Vrouwen die vermoord worden door een ex-partner die een scheiding niet kan verkroppen. Achter elk cijfer zit een leven, een verhaal, een familie die achterblijft. Toch blijft de collectieve verontwaardiging vaak opvallend stil.
Ook in het dagelijkse leven voelen veel vrouwen zich niet veilig. Ongeveer 60 procent van de jonge vrouwen voelt zich onveilig wanneer ze ’s avonds of ’s nachts alleen op straat zijn. Nog schrijnender: één op de drie vrouwen zegt ooit betast te zijn. Voor veel vrouwen is voorzichtigheid geen keuze, maar een reflex.
Ook in onze eigen samenleving zijn er signalen die tot nadenken stemmen. Enkele dagen geleden kopte een krant dat één op de drie jonge mannen vindt dat vrouwen “gehoorzaam” moeten zijn aan hun partner. Dat is geen randfenomeen. Het toont dat ideeën over ongelijkheid en controle nog altijd leven, zelfs bij een generatie waarvan we net meer gelijkheid verwachten.
Tegelijk worden vrouwen in het publieke debat vaak gebruikt als argument of symbool. In de internationale politiek bijvoorbeeld. Westerse stemmen die beweren dat bombardementen op landen zoals Iran nodig zijn om vrouwen te “bevrijden”. Maar wat betekent bevrijding wanneer bommen vallen op steden en dorpen? Wat betekent vrijheid wanneer een school met meisjes wordt geraakt en jonge levens eindigen nog vóór ze de kans kregen vrij te zijn?
En waar blijft de verontwaardiging wanneer meisjes in Afghanistan niet naar school mogen? Wanneer hun toekomst al wordt begrensd vóór ze die zelf kunnen vormgeven? De stilte rond dat onrecht is vaak oorverdovend. Met een recent gepubliceerde regel van de Taliban mogen mannen hun vrouwen slaan, zolang ze haar botten niet breken. Het toont hoe ver de realiteit van vrouwenrechten op sommige plaatsen verwijderd is van de principes waarover internationaal zo vaak wordt gesproken.
Misbruik van meisjes en vrouwen is bovendien geen probleem dat we alleen elders in de wereld kunnen aanwijzen. Denk aan de Epstein-dossiers rond misbruik van minderjarige meisjes, waar soms letterlijk de cynische logica heerste: “hoe jonger, hoe liever.” Geen verhalen over Taliban of Ayatollahs, maar over misbruik in kringen van macht en rijkdom, gepleegd door blanke mannen die zich jarenlang onaantastbaar waanden.
Zelfs wanneer het over beleid gaat dat het dagelijkse leven bepaalt, trekken vrouwen nog vaak aan het kortste eind. Neem de recente pensioenhervormingen. Vrouwen werken vaker deeltijds en onderbreken hun loopbaan vaker om voor kinderen of familie te zorgen. Het gevolg: een lager pensioen. Zo zie je hoe vrouwen politiek en maatschappelijk wel onderwerp van debat zijn, maar zelden het vertrekpunt.
Internationale Vrouwendag zou daarom geen dag van symboliek mogen zijn. Geen moment waarop we even bloemen uitdelen en daarna weer overgaan tot de orde van de dag. Het zou een dag moeten zijn waarop we onszelf confronteren met ongemakkelijke waarheden.
Want nog altijd zijn het vrouwen die vaak de grootste slachtoffers zijn van geweld thuis, op straat en in oorlog. Vrouwen die hun lichaam, hun veiligheid en soms hun leven betalen voor conflicten en machtsstrijd waar ze zelden zelf voor kiezen.
En ja, het zijn in veel gevallen mannen die dat geweld plegen. Internationale Vrouwendag zou daarom ook een moment van reflectie moeten zijn. Een dag waarop mannen zich afvragen welke rol zij spelen in het in stand houden of doorbreken van die realiteit.
Ik zou willen dat deze dag alleen een dag van viering kon zijn. Helaas is dat voor veel vrouwen nog niet het geval. Toch is er hoop in een generatie die steeds minder accepteert, die grenzen trekt en die niet langer zwijgt wanneer onrecht gebeurt.
Misschien begint echte verandering niet met slogans, maar met eerlijkheid. Met het erkennen van pijnlijke feiten en het weigeren om vrouwenrechten alleen te verdedigen wanneer het politiek uitkomt.
Internationale Vrouwendag zou dan geen ritueel zijn, maar een spiegel. En de vraag die daarin terugkijkt is eenvoudig: hoeveel waarde hechten we werkelijk aan het leven, de vrijheid en de waardigheid van vrouwen? (Meral Ozcan)