De Ramadan en de Vasten vallen dit jaar samen. Daarom vroegen we aan Bahattin Koçak om een stuk te schrijven. Bahattin is immers bekend voor zijn interreligieuze samenwerkingen.
"Deze week begint de Ramadan. Dat betekent: aangepaste werkuren, lege refters rond de middag, dadels bij zonsondergang en volle tafels ’s avonds laat. Dat is het bekende verhaal. Maar misschien moeten we het dit jaar anders bekijken. Dit jaar valt de Ramadan samen met de christelijke vastentijd. Dat is meer dan een toevallige kalenderkruising".
"Het betekent dat in Vlaanderen honderdduizenden mensen, moslims én christenen, tegelijk bewust vertragen. Tegelijk oefenen in soberheid. Tegelijk zoeken naar inkeer in een samenleving die zelden pauzeert.
Ik las de recente brief van de Belgische bisschoppen bij het begin van de veertigdagentijd. Hun oproep tot eenvoud, solidariteit en zorg voor wie kwetsbaar is, had evengoed in een vrijdagpreek tijdens de Ramadan kunnen klinken. Geen vermenging van tradities, maar een onverwachte morele resonantie.
Ramadan is in Vlaanderen allang geen exotisch verschijnsel meer. Hij speelt zich niet alleen af achter gesloten deuren, maar in klaslokalen, redacties, ziekenhuizen, sportclubs. Hij zit in de vermoeidheid van een leerling die toch zijn examen maakt. In de collega die geen koffie neemt tijdens een lange vergadering. In de trainer die merkt dat een speler iets stiller is dan anders.
Ramadan is geen afzondering van de samenleving. Het is een maand waarin verschillende ritmes zichtbaar worden.
En dat is precies waar het interessant wordt. In een samenleving die draait op productiviteit en onmiddellijke beschikbaarheid, is vasten een vorm van publieke kwetsbaarheid. Je lichaam ‘verraadt’ je. Je energie schommelt. Je zegt vaker “nee” tegen wat vanzelfsprekend is. Je functioneert niet optimaal volgens de norm van efficiëntie.
Dat vraagt iets van de omgeving. Maar het vraagt ook iets van degene die vast: bescheidenheid. Want de wereld staat niet stil omdat jij vast.
Misschien is Ramadan geen test voor moslims, maar voor de volwassenheid van een pluralistische samenleving. Kunnen we leven met verschillende ritmes zonder elkaar te wantrouwen? Kunnen we verschil verdragen zonder het te dramatiseren?
In een tijd waarin bijna alles consumptie is geworden, ook identiteit, is vasten een vorm van ontwenning. Niet alleen van eten of drinken, maar van onmiddellijke bevrediging. Geen koffie als je moe bent. Geen snack als je honger voelt. Geen impulsieve reactie wanneer je geïrriteerd bent.
Ramadan is geen dieet. Het is karaktertraining. Dat klinkt groot, maar het is eigenlijk klein en concreet. Je bewaakt je woorden. Je tempert je boosheid. Je probeert mild te blijven wanneer je lichaam protesteert. Het is een maand waarin je leert dat vrijheid niet hetzelfde is als toegeven aan elke prikkel.
En dat raakt verder dan religie. Elke traditie kent momenten van onthouding en inkeer. De christelijke veertigdagentijd. Joodse vastendagen. Stilteperiodes in andere spirituele stromingen. Dat die periodes dit jaar samenvallen, is geen symbolisch gebaar van bovenaf. Het is gewoon de kalender. Maar misschien herinnert die samenloop ons eraan dat religies niet alleen naast elkaar bestaan, maar soms ook tegelijk dezelfde menselijke oefening maken.
In Vlaanderen draagt de Ramadan bovendien een migratiegeschiedenis in zich. Voor velen is het een maand met echo’s van elders: dorpen in Anatolië, wijken in Casablanca, huizen in Sarajevo. Grootouders die vastten in een andere taal, onder een andere hemel.
Vandaag wordt diezelfde maand beleefd tussen examens, files, vergaderingen en voetbaltrainingen. Jongeren vasten niet omdat het moet van hun ouders, maar omdat ze zelf betekenis zoeken. Ze combineren iftar met universiteit, sport, vrijwilligerswerk. Ramadan is hier niet langer een importproduct. Hij is deel van het publieke ritme geworden.
Dat roept soms spanning op. Maar misschien toont het vooral dat Vlaanderen veranderd is, niet alleen demografisch, maar ook spiritueel. Ramadan is geen cultureel evenement en geen politiek statement. Het is ook geen bewijs van morele superioriteit. Het is een oefening. Een maand waarin mensen vrijwillig een grens trekken in een wereld die grenzen voortdurend overschrijdt. Een maand waarin men probeert niet alleen zonder eten te leven, maar ook niet zonder geweten. Misschien is dat het meest relevante inzicht.
In plaats van te vragen wat Ramadan “voor moslims” betekent, kunnen we ons afvragen wat een samenleving leert van mensen die zichzelf tijdelijk begrenzen. Wat doet het met een cultuur van snelheid wanneer een deel van haar burgers bewust vertraagt? Wat gebeurt er wanneer ook christenen in dezelfde weken hun consumptie herdenken en hun solidariteit verdiepen?
Ramadan vraagt geen applaus. Geen uitzonderingspositie. Alleen ruimte om anders te mogen ademen.
En misschien is precies dat de stille bijdrage van deze maand, samen met de vastentijd, aan een multicultureel, multireligieus Vlaanderen: ze herinnert ons eraan dat samenleven niet betekent dat iedereen hetzelfde tempo moet lopen.
Soms betekent het gewoon dat we elkaars ritme leren respecteren".
Bahattin Koçak
Islamleraar