Het leven is niet altijd gemakkelijk, zeker niet als je taalleerkracht bent of ooit geweest bent. Ik kan ervan meespreken. Als normale mens ga je gewoontjes door het leven en merk je bepaalde dingen niet op, maar wij!? Wij kunnen niets lezen of horen of de taalfoutjes manifesteren zich. Ze lichten op, ze klinken luid… We kunnen er niet omheen. En dan overkomt ons de bijna onweerstaanbare verbeterdrang: de rode pen, de streep erdoor, de uitleg waarom en hoe dan wel. Misschien is het op zijn plaats om ons hiervoor eens te verontschuldigen. Maar weet: we houden ons nog heel vaak in.
We beseffen natuurlijk ook wel dat taal leeft en verandert. Dat is bijzonder boeiend. Het systeem van regeltjes van spelling en grammatica kan dat niet tegenhouden en is daarvoor ook niet bedoeld. Daarom moet dat voortdurend herschreven worden. Mijn bompa maakte destijds nog een kruisteken met “in de naam des vaters”. Bij ons was die genitiefvorm al verdwenen. Toen ik in het college schoolliep, zei de onderdirecteur steevast “u is”. We vroegen ons af uit welk tijdperk hij kwam, want bij ons was dat toen al “u bent”. Tegenwoordig merken we een betekenisverschuiving bij de woorden heten en noemen. “Hoe noem jij?” of “hoe heet jij?” Ken jij het verschil nog? Wat is hier juist?
Soms vallen we er wel over, want het kan verkeerd overkomen. Zo kreeg ik eens een mail waarin iemand zich verontschuldigde: “Ik kan dan jammer genoeg niet, want we gaan op vakantie in mij.” Ik heb toen geantwoord: “Geen probleem, maar ik heb toch liever dat je op vakantie gaat in jullie.” Ha, schaakmat!
Op restaurant kreeg ik laatst na de maaltijd de vraag: “Had het gesmaakt?” Als taalleerkracht kan ik dan niet nalaten om als volgt te antwoorden: “Ja hoor, het heeft gesmaakt.” Met de klemtoon op “heeft’ natuurlijk, want dit is een verkeerd gebruik van de voltooid verleden tijd. En dan voeg ik er nog graag aan toe: “Het WAS lekker.”
Of nog op restaurant: “Ik zou zeggen: laat het smaken.” Na zo’n uitspraak draaien onze hersenen overuren. Zeg het gewoon! Dat hoef niet met een omweg via de voorwaardelijke wijs. Die wordt gebruikt voor iets dat niet is, maar mogelijk wel kan zijn. Hier niet echt van toepassing. Men wil hier eigenlijk een beetje speciaal doen. Maar gewoon kan ook: “Smakelijk.”
D/t-fouten zijn nog zoiets. Ze staan de communicatie meestal niet in de weg en storen een gewone sterveling niet. Maar wij? In elke tekst vallen ze meteen op, alsof een AI-tool ze speciaal voor ons allemaal in het rood omcirkeld en dan kunnen we ons daaraan ergeren, want zo moeilijk is dat toch niet. Ken jij de smurf-regel dan niet? Zo zijn we helaas opgeleid. Bij mij is het zelfs zo erg dat ik u na elk gesprek een rapport kan geven met al je dt-fouten.
Laatste vraag: vindt u de d/t-fout in deze tekst?
Jan Verheyen