De hervorming van de buitenschoolse kinderopvang heeft op de gemeenteraad van Lommel opnieuw voor een uitgebreid debat gezorgd. Na een mondelinge vraag van Rina Ven kwam het dossier opnieuw centraal te staan. Net zoals eerder bij het dossier rond het Parelstrand bleek ook dit onderwerp opnieuw voer voor discussie.
Vanaf 1 september wil het stadsbestuur de buitenschoolse kinderopvang niet langer centraal organiseren, maar onderbrengen in de scholen zelf. Volgens Ven biedt dat model zeker kansen. Zo kan de opvang dichter bij de leefwereld van het kind georganiseerd worden, met minder verplaatsingen voor ouders en een betere afstemming tussen school en opvang.
Ook zou het extra mogelijkheden kunnen creëren om de capaciteit, vooral tijdens vakantieperiodes, uit te breiden.
Toch uitte haar fractie een reeks bezorgdheden. Volgens Ven is het plan voorlopig nog te theoretisch en ontbreekt het aan duidelijkheid over de praktische uitvoering. “Ouders die vandaag gebruik maken van de opvang zijn nog maar beperkt geïnformeerd, terwijl deze hervorming een grote impact heeft op hun dagelijkse gezinsorganisatie”, klonk het. Ze benadrukte het belang van transparante en tijdige communicatie.
Daarnaast wees ze op de gevolgen voor het personeel. Door de decentralisatie dreigt het team versnipperd te worden over verschillende locaties, wat volgens haar organisatorisch niet evident is, zeker in een context van personeelstekort. Ook de kwaliteit van de opvang zelf kwam aan bod: die moet meer zijn dan louter een opvangplaats, met aandacht voor kindvriendelijke infrastructuur en speelmogelijkheden. Daarnaast zou ook bepaalde flexibiliteit verdwijnen, zoals het vervoer van kinderen naar hobby’s.
Schepen Katrien Cools erkende dat het om een ambitieus en ingrijpend project gaat, maar benadrukte dat de plannen gebaseerd zijn op een brede bevraging bij zo’n 600 gezinnen. Volgens haar wordt gewerkt aan een pedagogisch onderbouwd project, met ondersteuning voor personeel en aandacht voor kwaliteit. Ook op vlak van communicatie worden nog stappen gezet, met bijkomende infomomenten en gerichte informatie richting ouders.
Ook burgemeester Bob Nijs sprak zijn duidelijke steun uit. Hij prees schepen Cools en haar team voor hun inzet en noemde het één van de meest gedreven trajecten die hij de voorbije jaren zag. Volgens Nijs is het logisch dat er bezorgdheden zijn, maar hij benadrukte zijn “honderd procent vertrouwen” dat het project zal slagen. Hij wees daarbij op het grote voordeel van opvang dichtbij huis, zonder extra verplaatsingen voor gezinnen.
Het debat werd gaandeweg ook scherper, met een opvallende woordenwisseling binnen de raad. Raadslid Jaak Theuws nam het op voor het project en prees de uitgebreide toelichting die eerder in de commissie werd gegeven. Hij vond de kritische vragen van de oppositie overdreven en stelde dat er vooral vertrouwen moet zijn in het werk dat geleverd wordt. Volgens hem werd er “nog nooit zo’n duidelijke en consequente uiteenzetting” gegeven over een dossier.
Die tussenkomst lokte reactie uit bij onder meer Kris Verduyckt, die het net belangrijk vond dat er in de gemeenteraad ruimte blijft voor debat en kritische vragen. Hij wees erop dat kinderopvang een cruciaal thema is voor veel Lommelse gezinnen en dat het logisch is dat bezorgdheden van ouders, scholen en personeel hier worden uitgesproken. Volgens Verduyckt gaat het niet om negativiteit, maar om het grondig opvolgen van een ingrijpend dossier.
Ook Rina Ven zelf reageerde op de opmerkingen. Ze benadrukte dat haar tussenkomst niet negatief bedoeld was, maar net vertrok vanuit bezorgdheid om het project te doen slagen. “Niemand heeft er belang bij dat dit mislukt”, klonk het. Ze herhaalde dat haar fractie het potentieel van het plan erkent, maar aandringt op een zorgvuldige en goed gecommuniceerde uitwerking.
Tot slot bracht ook raadslid Katleen Hoekx een genuanceerde en eerder verzoenende tussenkomst. Zij benadrukte dat er de voorbije maanden door de betrokken diensten en scholen hard gewerkt is aan het dossier en bevestigde dat alle Lommelse basisscholen bij het traject betrokken werden. Tegelijk gaf ze aan dat er bij scholen wel degelijk bezorgdheden leven, onder meer rond continuïteit van personeel en de praktische organisatie. Toch sprak ze haar vertrouwen uit in het project en riep ze op om het een eerlijke kans te geven. “Het is nieuw en het is spannend, maar als het goed wordt uitgevoerd, kan dit een grote meerwaarde zijn voor de kinderen”, klonk het. Ze wees daarbij ook op het voordeel dat kinderen in hun vertrouwde schoolomgeving kunnen blijven na de lesuren.
De algemene teneur na het debat: het project krijgt steun, maar ook kritische opvolging. Zowel meerderheid als oppositie lijken het erover eens dat de hervorming kansen biedt, maar dat een zorgvuldige uitwerking, met aandacht voor communicatie en betrokkenheid van alle partijen, cruciaal zal zijn om van het nieuwe opvangmodel een succes te maken.
Marc Faes