Voor veel mensen betekent
Samana nog altijd hetzelfde als het vroegere Ziekenzorg. Maar wie vandaag kennismaakt met
Samana Lommel-Centrum, ontdekt al snel dat de vereniging veel ruimer werkt. Ze richt zich op ouderen, mensen met een chronische ziekte, hulpbehoevenden, eenzame mensen en mantelzorgers, met één duidelijke missie:
eenzaamheid doorbreken en mensen opnieuw verbinden.
Dat werd duidelijk tijdens een gesprek met voorzitter Louisa Willekens, bestuurslid van het dagelijks bestuur en co-verantwoordelijke Madeleine Brusselaers, secretaris Jan Gybels en lid Antoni Broeks. Zij vertellen met veel overtuiging over een warme vereniging die inzet op sociaal contact, huisbezoeken en activiteiten op maat van haar leden.
“Onze grote opdracht is eigenlijk de huisbezoeken,” zegt voorzitter
Louisa Willekens. “Voor veel van onze leden zijn die bezoeken van onschatbare waarde. Zeker voor mensen die minder mobiel zijn of nauwelijks nog buitenshuis komen, betekent zo’n bezoek echt een lichtpunt.”
Samana Lommel-Centrum telt momenteel een 32-tal vrijwilligers en tussen de 150 en 160 leden. Daarnaast is er ook nog een aparte creagroep. De vrijwilligers bezoeken leden thuis, bezorgen uitnodigingen voor activiteiten en bouwen vaak een echte band op met de mensen bij wie ze over de vloer komen. “Als het klikt, groeit er vertrouwen,” klinkt het. “En dat is uiteindelijk waar het om draait.”
De werking is heel laagdrempelig. Leden betalen geen lidgeld en de activiteiten worden bewust betaalbaar gehouden. Denk aan spelletjesnamiddagen, quizzen, casinospel, kerstfeesten, rolstoelwandelingen, busuitstappen en vormende momenten. Alles gebeurt op maat van de leden, met aandacht voor hun mogelijkheden en beperkingen. “Wij kiezen activiteiten waar onze mensen echt iets aan hebben,” zegt het bestuur. “Niet te zwaar, niet te ver, maar wel gezellig en verbindend.”
Bijzonder belangrijk in de werking is ook het persoonlijke contact. Nieuwe leden komen meestal niet spontaan aankloppen, maar worden vaak aangemeld door familie, vrienden of kennissen. Daarna neemt de huisbezoekverantwoordelijke contact op om te bekijken welke vrijwilliger het best bij die persoon past. En als er geen klik is, wordt er gezocht naar een andere oplossing.
Dat Samana vaak nog te sterk met het oude beeld van “ziekenzorg” geassocieerd wordt, merken ze ook in Lommel. “Veel mensen beseffen niet hoe breed onze werking vandaag is,” zegt het bestuur. “Het gaat allang niet meer alleen om ziekte, maar om mensen die door ouderdom, beperkingen of eenzaamheid nood hebben aan contact en ondersteuning.”
“Vroeger kregen we van de stad een lijst van de 80-jarigen, daarmee konden we al in een vroeger stadium ‘eenzaamheid’ detecteren. Nu, met de wet op de privacy mag dat niet meer. Maar zo blijven er ook veel eenzamen onder de radar”, aldus Louisa.
De vrijwilligers halen zelf ook veel voldoening uit hun engagement. Madeleine Brusselaers, die vijf gezinnen bezoekt, vertelt hoe verrijkend dat kan zijn. “Je krijgt daar echt energie van terug. Soms duurt een bezoek een kwartiertje, soms ben je anderhalf uur weg, maar je voelt dat het deugd doet.”
Ook secretaris Jan Gybels kwam eerder toevallig in de werking terecht, maar is intussen niet meer weg te denken. Net als bij andere vrijwilligers groeide zijn engagement vanuit persoonlijk contact en betrokkenheid. Die persoonlijke aanpak blijkt trouwens ook de beste manier om nieuwe vrijwilligers aan te trekken.
Want dat blijft een aandachtspunt. Samana Lommel-Centrum is voortdurend op zoek naar bijkomende helpende handen. De instroom van jongere vrijwilligers blijft beperkt, terwijl de nood groot is. “Persoonlijk aanspreken werkt nog altijd het best,” klinkt het. “Zo zijn de meesten van ons er uiteindelijk ook ingerold.”
Toch blijft de inzet groot. Met warme huisbezoeken, gezellige activiteiten en veel aandacht voor menselijke verbondenheid blijft Samana Lommel-Centrum een belangrijke schakel voor heel wat mensen in de stad. Of zoals Antoni Broeks het treffend samenvat: “Ik heb hier een heel warme vereniging leren kennen. Wat die mensen doen, verdient echt veel waardering.”
Marc Faes