De plaatsing van de schoorsteen vorige week bij
Ciner Glass onderstreept nog maar eens waarom de internationale glasproducent precies hier neerstreek: het uitzonderlijk zuivere
Lommelse zand. Maar hoe lang kunnen die voorraden de productie blijven voeden?
Jeroen Bloemen van Ciner Glass is er gerust in. In de onmiddellijke ontginningszone is er voldoende zand aanwezig om de glasovens nog decennialang te bevoorraden. Exacte cijfers over het aantal resterende jaren worden niet publiek gemaakt, maar het gaat duidelijk niet om een kortetermijnverhaal. Toch rekent het bedrijf niet op één spoor alleen. Leverancier Sibelco gaf de nodige garanties, maar Ciner voorziet ook een plan B mocht de aanvoer ooit onder druk komen te staan. Bovendien speelt gerecycleerd of gebroken glas — het zogeheten cullet — een steeds grotere rol. Dat heeft een dubbel voordeel: minder primaire grondstoffen én ovens die op lagere temperaturen kunnen draaien.
“Glas is de enige grondstof die je eindeloos kan blijven hergebruiken,” klinkt het.
Ook voor de stad is zandwinning meer dan een geologisch verhaal. In december keurde stad Lommel nog een verhoging op de belasting op zand goed. Per ontgonnen ton zand dient er 1,10 euro betaald te worden, dat zou de stadskas jaarlijks ongeveer 1,6 miljoen euro opleveren.
En zelfs op lange termijn blijft het verhaal circulair. Wanneer de voorraden ooit uitgeput raken — wat volgens het stadsbestuur nog lang niet aan de orde is — kunnen de ontginningsputten opnieuw opgevuld worden, eventueel met zandstromen waarvoor elders geen bestemming is, zo keek burgemeester Bob Nijs al in zijn glazen bol.
Kortom: het Lommelse zand is niet onuitputtelijk, maar voor de glasindustrie én de stad lijkt de horizon nog ver weg.