We kregen de laatste dagen veel vragen rond de afbraak van 'Villa Quintin', door de buurtbewoners ook gekend als 'de witte spookvilla' in de Parkoever. Of we daar meer over weten? Zoals het hoort bij een spookvilla, moeten er mysteries blijven. We weten dat de villa begin januari 2010 is uitgebrand, toen stond de villa leeg en er werd niet uitgesloten dat het vuur al dan niet opzettelijk het gevolg was van krakers. Wie meer weet over de geschiedenis van de villa is Henri Naus, van hem kregen we volgende informatie:
Het Wit Kasteeltje (voorheen Villa Prévert)
In 1864 koopt dokter Jean Charles Joseph Vanswygenhoven (°30 mei 1815, Brussel) het domein van de familie Sevens, waarop zich ook een watermolen bevindt. Een jaar later, in 1865, laat hij er een villa bouwen. Op aandringen van zijn echtgenote vraagt hij een vergunning aan om een torentje toe te voegen. Dat torentje, samen met een washok, wordt pas in 1876 in gebruik genomen, zo blijkt uit het register van kadastrale veranderingen.
Na het overlijden van dokter Vanswygenhoven op 4 mei 1875 komt de villa, die de naam Villa Prévert draagt, in het bezit van zijn weduwe Josepha Athalia Felicitas Krösz (°29 maart 1829, Brussel). Vijf jaar later hertrouwt zij met Paul Léon Camille Préaux, een handelaar die maar liefst 24 jaar jonger is dan zijn bruid. Zijn zaken verlopen echter moeizaam, om redenen die tot op vandaag onduidelijk blijven. Wel weten we dat het echtpaar op 1 juni 1890 een lening aangaat van 2.905 frank tegen een intrest van 5 %, bij François Nagant uit Luik, via notaris Spaas van Overpelt. Enkele weken later verkopen zij de villa.
De verkoopakte, verleden op 24 juni 1890 voor notaris Van Dael te Antwerpen, is nog niet teruggevonden. Vermoedelijk bevatte ze een clausule die het echtpaar toeliet nog een jaar in het pand te blijven wonen, want pas in mei 1891 vertrekken zij naar Achel. In het bevolkingsregister van Achel (1881–1890) staat Préaux vermeld als opzichter der wateringen; in het daaropvolgende register wordt hij rentmeester van graaf Alfred Cornet de Peissant (1839–1898).
Die graaf kwam in 1879 in het kasteel Grevenbroek in Achel wonen en werd burgemeester van Hofstade. Na zijn overlijden bleef zijn weduwe Cécile de Theux de Meylandt (1850–1924) het kasteel bewonen vanaf 1901. Hun zoon Georges Marie Joseph Ghislain Cornet d’Elzius de Peissant (1872–1946) werd datzelfde jaar verkozen tot gemeenteraadslid en onmiddellijk benoemd tot burgemeester. Hij zetelde later ook als provincieraadslid (1905–1921) en senator (1921–1929).
Josepha Krösz overlijdt op 30 mei 1903 in Achel en wordt begraven bij haar eerste echtgenoot, dokter Vanswygenhoven. Bij diens overlijden had zij een concessie gekocht op het kerkhof rond de kerk van Overpelt en er een monumentale grafsteen laten plaatsen. Na de opruiming van dat kerkhof werd deze grafsteen hergebruikt als voetstuk van het Heilig Hartbeeld voor de kerk. Haar tweede echtgenoot, Paul Préaux, vertrekt op 16 juni 1906 vanuit Achel naar Mons. Waar en wanneer hij overlijdt, is niet bekend.
Op 24 januari 1896 wordt het kasteel, samen met park en tuinen en met een totale oppervlakte van 6 hectare 27 are en 25 centiare, aangekocht door de firma Schulte & Cie. De notariële akte wordt verleden voor notaris Spaas van Overpelt. Verkoper is Edmond Vander Meersch uit Brussel, die het goed op zijn beurt had gekocht op 24 juni 1890 van de weduwe van dokter Vanswygenhoven, Nathalie Krösz, via notaris Van Dael te Antwerpen. De firma Schulte betaalt 42.000 frank voor het geheel.
De villa, die intussen bekendstaat als “Blanc Castel”, wordt in 1918–1919 verkocht door de weduwe en kinderen van Wilhelm Schulte. Aangezien de Metaalfabriek een recht van voorkoop had, en Arthur Van de Casteele, doctor-ingenieur bij die fabriek en gehuwd met Helena Schulte, dochter van Wilhelm, in 1921 als nabuur van de villa Albert I van Joseph Schulte wordt vermeld, is het zeer waarschijnlijk dat de Metaalfabriek het Wit Kasteeltje aankocht en dat Arthur en Helena er hun intrek namen. Mogelijk was deze verkoop ook een strategische zet om het goed uit handen van de Belgische overheid te houden na de Eerste Wereldoorlog, toen alle Duitse goederen in België werden geconfisqueerd. De familie Van de Casteele–Schulte woont er alleszins niet lang: in 1924 vertrekken zij naar Oupeye.
De volgende bewoners zijn Charles Isidore Eugène Sadée en Alice Lambert Josephine Antoine. Sadée is ingenieur bij de Metaalfabriek. Het gezin betrekt de villa in oktober 1929 en blijft er wonen tot 1937. In 1935 worden de echtelieden gescheiden.
In 1937 huwt Jacques Charles Alix Ghislain, ridder de Patoul, met Véronique Henriette Madeleine Marie Joseph Ghislaine Fallon. Na hun huwelijk nemen zij hun intrek in de villa, die zij hernoemen tot “Villa des Nénuphars” (Villa met de waterlelies). Ook de Patoul is ingenieur bij de Metaalfabriek. In 1947 verhuizen zij naar Namen.
In 1961 staan Albert André Joseph Quintin, ingenieur-directeur, en zijn echtgenote Judith Jeanne Josephine Haquet als bewoners van het Wit Kasteeltje geregistreerd. Het echtpaar woonde al sinds 1931 in Overpelt, na hun verhuis vanuit Luik. Het is niet helemaal duidelijk of zij onmiddellijk na het vertrek van de familie de Patoul in 1947 hun intrek in de villa namen, of dat er in de tussentijd nog andere bewoners waren. Vast staat dat Quintin er woont tot 1978, waarna hij verhuist naar Oudergem.
Het vertrek van Quintin betekent ook de verkoop van de villa door de Metaalfabriek, al werd de verkoopakte nog niet teruggevonden.
Op 20 april 1978 komen Godefridus Michael Van Gansewinkel en zijn echtgenote Maria Josepha Henrica van der Zandt in het Wit Kasteeltje wonen. Zij hernoemen het pand tot “Villa Ganzenhof” en blijven er wonen tot april 1998.
De villa Ganzenhof werd openbaar verkocht. Tijdens de eerste zitdag wordt een bod van 33.000.000 frank uitgebracht. Op de tweede zitdag, op 7 januari 1998, brengt de verkoop bij notaris Jan Homans van Peer uiteindelijk 40.000.000 frank op. Het domein heeft op dat moment een oppervlakte van 3 hectare 56 are en 23 centiare. Er geldt nog een recht van hoger bod, maar of dat effectief werd uitgebracht, is niet bekend.
Henri Naus