Tijdens de gemeenteraad stelde raadslid
Sofie Monsieurs (Groen) een vraag over de mogelijke
reactivering van de IJzeren Rijn, die de voorbije week opnieuw in het nieuws kwam. Monsieurs wilde onder meer weten of er al overleg is geweest met de federale overheid of tussen betrokken gemeenten over de impact van een heropening, en hoe het gemeentebestuur tegenover dat dossier staat.
Burgemeester Dennis Fransen gaf aan dat hij zelf nog geen overleg heeft gehad met de federale overheid over dit onderwerp. Wel vermoedt hij dat dit in het verleden al gebeurd is. Hij verwees daarbij naar zijn voorganger Lambert Kelchtermans, die volgens hem zowel in 1961 als in 1995 parlementaire vragen stelde over de IJzeren Rijn.
“Het is duidelijk dat dit dossier al decennialang leeft”, aldus Fransen.
Volgens de burgemeester is de IJzeren Rijn op zich “geen taboe” voor Pelt, maar koppelt het bestuur daar duidelijke voorwaarden aan.
“Het mogen niet alleen de lasten zijn die naar Limburg komen, maar ook de lusten.”
Zo pleit het gemeentebestuur in de eerste plaats voor een heropening met aandacht voor personenvervoer. Een doortrekking richting Weert zou volgens Fransen een belangrijke meerwaarde kunnen betekenen voor de mobiliteit van Noord-Limburg.
Wat goederenvervoer betreft, wijst hij op de mogelijke impact op de regio. “Als onze overwegen nog meer zwaar goederenverkeer moeten slikken, dan zullen er ook stevige infrastructurele ingrepen nodig zijn. En net daar zien we vaak dat investeringen uitblijven.”
Fransen benadrukte dat dossiers zoals het dubbelspoor, elektrificatie en veilige overwegen cruciale voorwaarden zijn. Ook het lopende studiewerk binnen “Connectie Noord”, waarbij onder meer de mobiliteit en overgangen worden onderzocht, vormt volgens hem een belangrijke eerste stap.
Hoewel het dossier opnieuw in beweging lijkt – onder meer door betrokkenheid van de federale regering – blijft het volgens de burgemeester afwachten wat er concreet uit de bus komt.
De boodschap vanuit Pelt is alvast duidelijk: “Als het enkel extra hinder en onveiligheid betekent, dan zullen wij ons daartegen verzetten. Maar als er ook voordelen zijn en de nodige investeringen gebeuren, dan staan we open voor het debat.”
Marc Faes